Deze informatie is bestemd voor vrouwen die overwegen hun baarmoeder te laten verwijderen vanwege een goedaardige aandoening. Bij een goedaardige afwijking zijn bijna altijd verschillende behandelingen mogelijk. Het verwijderen van de baarmoeder is hierbij één van de mogelijkheden en wordt meestal pas overwogen nadat andere behandelingen niet succesvol bleken. Dit is een belangrijk verschil met kwaadaardige afwijkingen, waarbij er vaak geen andere keuze is. De medische term voor het verwijderen van de baarmoeder is uterusextirpatie of hysterectomie.
De beslissing om deze ingreep te laten uitvoeren verdient een zorgvuldige afweging. Deze informatie is - als aanvulling op het overleg met uw behandelend gynaecoloog - bedoeld om u daarbij te helpen.
Baarmoeder en eierstokken
Bouw
Een normale baarmoeder heeft de vorm van een peer en is ongeveer 8 cm. lang. De baarmoeder is een orgaan met een sterke spierwand; de binnenzijde is bekleed met slijmvlies. Het onderste deel mondt in de schede uit en wordt baarmoederhals of baarmoedermond genoemd. Aan de bovenzijde monden twee eileiders in de baar-moeder uit. Dit zijn dunne buisjes die beginnen bij de eierstokken.
Normale eierstokken zijn zo groot als een walnoot, ongeveer 3 tot 4 cm. Baarmoeder, eileiders en eierstokken liggen niet los in de buik, maar worden door bindweefselbanden onder in het bekken vastgehouden.
Functie baarmoeder en eierstokken
Elke cyclus (periode tussen twee menstruaties) komt er in de eierstokken een eicel tot rijping. Daarnaast maken de eierstokken geslachtshormonen. Deze hormonen zorgen ervoor dat elke maand opnieuw slijmvlies in de baarmoeder wordt opgebouwd en weer afgestoten (= menstruatie).
De periode waarin de eierstokken geslachtshormonen produceren, ligt tussen het 12e en 52e levensjaar. Deze hormonen (oestrogenen en progesteron) hebben veel functies: ze beïnvloeden het slijmvlies van de baarmoeder, dragen bij tot seksuele opwinding en houden de schede stevig en soepel. Daarnaast kan de baarmoeder bijdragen aan het optreden van erotische gevoelens bij opwinding en orgasme.
Waarom verwijdering?
Er is een aantal klachten en aandoeningen, waarbij verwijdering van de baarmoeder de beste oplossing is.
menstruatieklachten
hevige, langdurige en onregelmatige menstruaties en/of bloedverlies tussen de menstruaties door, kunnen aanleiding zijn tot het besluit de baarmoeder te verwijderen. Veel voorkomende oorzaken van deze klachten zijn een vleesboom en bepaalde slijm-vliesafwijkingen. Soms kan overmatig bloedverlies behandeld worden met hormonen of door operatieve verwijdering van het baarmoederslijmvlies. Pas als deze mogelijkheden onvoldoende resultaat geven of niet mogelijk zijn, kan een operatie worden over-wogen.
endometriose
dit is een afwijking waarbij het slijmvlies dat de binnenkant van de baarmoeder bekleedt, zich ook buiten de baarmoeder bevindt, bijvoorbeeld in de buikholte. Bij de menstruatie ontstaan op die plaatsen in de buikholte ook bloedinkjes. De menstruaties kunnen daardoor abnormaal pijnlijk worden.
Eventuele klachten worden eerst met medicijnen behandeld. Baarmoederverwijdering om deze reden is zelden nodig.
adenomyose
hierbij is het slijmvlies dieper dan normaal in de baarmoederwand gegroeid en kan dan overmatig bloedverlies en pijn bij de menstruatie veroorzaken. Het komt het meest voor bij vrouwen boven de veertig en wordt in eerste instantie met hormonen behandeld.
Als deze therapie niet werkt of niet in aanmerking komt, kan overwogen worden de baarmoeder te verwijderen.
vleesbomen
dit zijn goedaardige gezwellen (spierknobbels) in de wand van de baarmoeder, die sterk kunnen variëren in aantal en grootte. Meestal geeft een vleesboom geen klachten, maar soms is er sprake van overmatig bloedverlies, buikpijn of pijn bij de menstruatie. In zeldzame gevallen treedt onvruchtbaarheid op. Een vleesboom groeit onder invloed van de oestrogene hormonen. Zodra de eierstokken in de omgeving minder van deze hormonen gaan maken, wordt de vleesboom doorgaans kleiner. De behandeling is af-hankelijk van de klachten en kan bestaan uit medicijnen of operatie (verwijdering van vleesboom of van totale baarmoeder).
verzakking
de blaas, baarmoeder en endeldarm worden met banden op hun plaats gehouden en rusten op de spieren van de bekkenbodem. Bij een zogenaamde verzakking zijn deze banden en spieren niet sterk genoeg meer, waardoor één of meer organen verzakken en in meer of mindere mate “naar buiten komen”. Een verzakking voelt als een zeurend gevoel in de onderbuik en rug, een drukkend gevoel in de schede en het gevoel dat er iets naar buiten komt Dit kan bijv. blaasklachten geven (ongewild urineverlies) of problemen met de ontlasting. Ook fietsen, zitten of vrijen kunnen hierdoor bemoeilijkt worden.
pijn in de onderbuik
hierbij kan het gaan om een bijna constant aanwezige pijn in de onderbuik, om pijn die vooral rond de menstruatie optreedt òf om pijn bij geslachtsgemeenschap.
Pijn in de onderbuik wordt slechts zelden veroorzaakt door een afwijking van de baarmoeder. Dikwijls is er een andere verklaring en vaak is er een samenhang met bepaalde spanningen. De buik is gevoelig voor emoties (denk maar verliefdheid of grote angst) en ook bij (onbewuste) spanningen kan dus buikpijn ontstaan.
Bij alle vormen van pijn in de onderbuik is het daarom belangrijk om zorgvuldig na te gaan, of een baarmoederverwijdering wel de beste oplossing is.
Mogelijke operaties
Wanneer besloten wordt tot verwijdering van de baarmoeder, zijn er verschillende methoden mogelijk: via de buikwand (abdominaal), via een kijkbuis (laparoscopisch) of via de schede (vaginaal). De keuze hangt van verschillende factoren af.
Verwijdering via de schede
Deze techniek kan alleen worden toegepast, als de baarmoeder niet al te groot is en vanzelf al wat naar beneden zakt. Er ontstaat alleen een litteken boven in de schede. De baarmoedermond kan hierbij niet behouden blijven (zie: verwijdering via de buikwand).
Verwijdering via de buikwand
Als verwijdering via de schede niet mogelijk is of als u daar niet voor voelt, kan de operatie via de buikwand worden uitgevoerd. Sommige vrouwen wensen dat de baarmoederhals behouden blijft. Of dit voordeel biedt, is nog onzeker. Bespreek dit eventueel met uw gynaeco-loog. De snede in de buikwand kan in de meeste gevallen zowel horizontaal (‘bikinisnede’) als verticaal (van de navel naar beneden), uitgevoerd worden. U kunt dat vooraf met de gynaecoloog overleggen. Soms is er echter maar één type snede mogelijk, vanwege de grootte van de baarmoeder.
Voordeel ‘bikinisnede’:
veel vrouwen vinden het resultaat mooier.
Mogelijk nadeel ‘bikinisnede’:
de huid rond het litteken kan gedurende langere tijd ongevoelig of juist overgevoelig blijven, doordat er bij deze methode huidzenuwen zijn doorgesneden.
Verwijdering m.b.v. kijkbuis (laparoscoop)
De ingreep is technisch lastig en de voor- en nadelen zijn nog onvoldoende bekend, zodat deze techniek nog weinig uitgevoerd wordt. In Bethesda wordt deze niet verricht.
Verwijdering van de eierstokken
Baarmoeder en eierstokken liggen dicht bij elkaar, maar het zijn heel verschillende organen met verschillende functies. De eierstokken worden dus niet ‘uit routine’ mee verwijderd. Dit zou namelijk betekenen dat u meteen in de overgang komt. En ook na de overgang maken de eierstokken nog hormonen die o.a. bijdragen aan het zin hebben in vrijen. Bij verwijdering van de baarmoeder is het daarom gebruikelijk de eierstokken intact te houden, tenzij er afwijkingen zijn.
Bij één afwijkende eierstok zal alleen deze weggehaald worden. Dit heeft geen gevolgen voor de overgang, omdat de overgebleven eierstok nog voldoende hormonen maakt. Als beide eierstokken afwijkingen vertonen, wordt geprobeerd minstens één deel van een eierstok te behouden, om een voortijdige overgang te voorkomen. Er moet dus een goede reden zijn om beide eierstokken te verwijderen, bijv. wanneer er in de familie kanker in de eierstokken voorkomt.
Het al of niet verwijderen van de eierstokken wordt vooraf met u besproken. Toch kan het vóórkomen, dat er tijdens de operatie alsnog een afwijking ontdekt wordt, die het noodzakelijk maakt toch een eierstok te verwijderen, ondanks andere afspraken hierover. De gynaecoloog zal dan een beslissing moeten nemen in uw belang, en zijn/haar beleid later aan u toelichten.
Gevolgen en risico’s
Alhoewel de meeste operaties zonder complicaties verlopen, zijn er aan iedere operatie enige risico’s verbonden.
Gevolgen/risico’s bij operaties in het algemeen
Een operatie gaat altijd gepaard met bloedverlies, soms is zelfs een bloedtransfusie nodig.
Daarnaast bestaat er altijd een hele kleine kans op bijverschijnselen en complicaties, zoals:
- de anesthesie (verdoving) brengt risico’s met zich mee, maar als u verder gezond bent, zijn deze klein.
- de ingebrachte blaaskatheter kan een blaasontsteking veroorzaken. Een lastige en pijnlijke infectie, maar goed te behandelen.
- er kan een nabloeding optreden, soms is daarbij zelfs een tweede operatie nodig.
- bij elke operatie is er een risico op het ontstaan van een infectie of trombose (verstopping van een bloedvat).
- beschadiging aan urinewegen of darmen: dit is goed te behandelen, maar het vraagt extra zorg en een langer herstel, en soms een tweede operatie.
- bij een operatie via de buikwand kan het litteken op de buik lang gevoelig, soms gevoelloos, blijven.
- een litteken in de buikwand kan gaan intrekken, zodat de buikwand wat kan gaan overhangen.
- bij elke operatie in de buik bestaat kans op het ontstaan van verklevingen.
- soms zijn er na de operatie klachten van duizeligheid, slapeloosheid, moeheid, concentratiestoornissen, buik- en of rugpijn. Deze klachten kunnen heel vervelend zijn en het kan verstandig zijn hierover met uw huisarts of gynaecoloog te overleggen.
Gevolgen/risico’s na baarmoederverwijdering
Geen menstruatie, geen zwangerschap meer:
na het verwijderen van de baarmoeder kunt u geen kinderen meer krijgen. Ook zult u niet meer menstrueren. Alleen als de baarmoederhals niet verwijderd is, kunt u elke maand nog een kleine hoeveelheid bloed verliezen.
Plasproblemen:
u kunt na de operatie tijdelijk moeite krijgen met het ophouden van urine of met het spontaan plassen. Deze problemen kunnen ontstaan doordat tijdens de operatie de blaas gedeeltelijk wordt losgemaakt.
Overgangsklachten:
door verwijdering van de baarmoeder komt u niet eerder in de overgang. Wel zijn er soms overgangsklachten, zoals opvliegers. Deze ontstaan door een veranderde bloedvoorziening naar de eierstokken en zijn van tijdelijke aard.
Soms lijken vrouwen na deze operatie eerder in de overgang te komen. Het is daarbij niet helemaal duidelijk of dit komt door de operatie. Het verschijnsel is eigenlijk niet goed te verklaren.
Veranderde seksualiteitsbeleving:
Dit verschilt van vrouw tot vrouw en is ook afhankelijk van de toegepaste operatietechniek. Bij bijna iedereen verandert er wel iets. Veelal positieve effecten zoals vermindering van pijn bij het vrijen of niet meer veelvuldig vloeien. Soms veranderingen in negatieve zin, zoals minder zin hebben in vrijen, verminderde gevoeligheid van (de omgeving van) de schede, of veranderingen in het orgasme (vraagt meer tijd, duurt korter, is minder intens of komt helemaal niet). Er zijn ook vrouwen, die de samentrekkingen van de baarmoeder missen. Het stoten van de penis tegen de baarmoedermond, dat sommige vrouwen opwindend vinden, missen zij als ook de baarmoedermond verwijderd is. Vrouwen, die voorheen al problemen hadden rond seksualiteit, kunnen hier na de operatie nog meer moeite mee hebben.
Zich minder vrouwelijk voelen:
Het kan zijn dat u zich na een baarmoederverwijdering minder vrouw voelt, omdat u geen kinderen meer kunt krijgen en niet meer menstrueert. Het is belangrijk deze gevoelens serieus te nemen. Het laten verwijderen van de baarmoeder kan een soort rouwproces met zich meebrengen. Erover praten kan opluchten en helpen (zie ook hoofdstuk: ‘meer informatie’).
Depressiviteit:
Klachten over depressiviteit komen met name voor bij vrouwen, die zelf weinig inbreng hebben gehad in de besluitvorming rond de operatie. Het is daarom belangrijk u goed te realiseren, dat ú degene bent die beslist over al dan niet opereren, zeker in het geval van goedaardige afwijkingen.
Depressiviteit kan ook ontstaan doordat traumatische ervaringen als incest of mishandeling weer in de herinnering komen. De operatie is dan niet zozeer de oorzaak van de depressieve klachten, maar vormt een aanleiding. Als er bij u iets dergelijks speelt, is het belangrijk dit al vóór de operatie met uw huisarts of gynaecoloog te bespreken.
Besluit tot operatie
Overwegingen
Het verwijderen van de baarmoeder is een keuze die pas gemaakt wordt, als er sprake is van ernstige klachten die op geen enkele andere wijze te behandelen zijn.
Het is belangrijk daarbij de volgende punten te overwegen:
- de ernst van de klachten
- de kans dat de klachten zullen verminderen/ verdwijnen
- de kans op complicaties
- de emotionele gevolgen.
Neem de tijd om over al deze zaken na te denken.
Vanzelfsprekend kunt u hierover praten met uw huisarts of behandelend gynaecoloog. Ook kunt u contact opnemen met de Stichting Zelfhulp Gynaecologie (zie: Meer informatie)
Noteer uw vragen en onzekerheden en bespreek ze met uw gynaecoloog. Neem bij het bezoek aan de gynae-coloog zo mogelijk uw partner of andere betrokkene mee, die met u mee kan luisteren en napraten over de verkregen informatie. Aarzel niet om bij onduidelijkheden nogmaals contact op te nemen met de gynaecoloog.
Mocht u er nog niet goed uitkomen, dan kunt u de mening van een andere gynaecoloog vragen (‘second opinion’). Bespreek dit gerust met uw eigen gynaecoloog en benadruk dat het geen kwestie van wantrouwen is, maar dat het u bij deze moeilijke keuze geruststelt als twee artsen, onafhankelijk van elkaar, een advies geven over uw situatie.
Vragen
Voordat u de definitieve beslissing neemt, is het verstandig voor uzelf na te gaan, of de volgende vragen beantwoord zijn:
Wat is de reden voor de operatie?
- zijn er andere, misschien betere, mogelijkheden?
- hoe groot is de kans dat de operatie mij ook werkelijk van mijn klachten afhelpt?
- kan ik de voor- en nadelen van de operatie goed overzien en tegen elkaar afwegen?
- hoe vindt de operatie plaats: via de schede of via de buikwand?
- worden de eierstokken verwijderd en is dit absoluut noodzakelijk?
- wordt de baarmoederhals verwijderd? Zo ja, is dit noodzakelijk? Zo nee, heb ik bezwaar tegen een kleine kans op minimaal bloedverlies per maand?
- vind ik de risico’s aanvaardbaar?
- ken ik de gevolgen op korte en langere termijn?
- heb ik voldoende informatie en tijd gehad om tot een weloverwogen beslissing te komen?
Definitief besluit
Als u besloten hebt tot operatieve verwijdering van de baarmoeder, zal de gynaecoloog het volgende met u bespreken:
- de methode (via de schede of de buikwand)
- indien via de buikwand: hoe de snede zal lopen (horizontaal of verticaal)
- wat er precies wordt weggehaald (ook de baar-moederhals en/of de eierstokken?)
- wat de mogelijke gevolgen van de operatie zijn.
Vooronderzoek
Zodra de beslissing genomen is, krijgt u van de gynaecoloog een formulier mee voor het opnamebureau. Hier plaatst men u op de wachtlijst. Tevens krijgt u een afspraak voor een voorgesprek met de anesthesioloog en een verpleegkundige van de afdeling. De anesthesioloog zal uw gezondheid beoordelen en de meest geschikte manier van anesthesie met u bespreken. Meestal is dit algehele narcose, soms een ‘ruggenprik’. Ook kan hij/zij een slaapmiddel voor de nacht vóór de operatie voorschrijven. Na de operatie regelt hij/zij ook de pijnstilling. Tijdens het voorgesprek zal de anesthesioloog ook verder laboratoriumonderzoek afspreken.
Voorbereiding thuis
Het is verstandig om vooraf een aantal zaken te regelen voor de periode ná de operatie. De eerste tijd thuis hebt u zeker enige hulp nodig. Misschien kan uw partner een tijdje vrij nemen, of kunnen vrienden of familieleden taken overnemen.
Gezinshulp is tegenwoordig moeilijk te krijgen. U kunt dit al voor de operatie met uw huisarts bespreken.
U moet er namelijk rekening mee houden, dat u bij thuiskomst een aantal weken tot weinig in staat zult zijn: zelfs simpele karweitjes als koffie zetten, zijn in deze periode al vermoeiend voor u. Als u buitenshuis werkt, moet u rekening houden met een afwezigheid van minstens zes weken.
Opname
Meestal wordt u op de dag van de operatie opgenomen. Een verpleegkundige ontvangt u en maakt u wat wegwijs op de afdeling. Meestal hebt u ook nog een kort gesprek met de gynaecoloog. Zo nodig vindt nog een inwendig onderzoek plaats.
Als u nog vragen hebt, is het goed om die dan te bespreken.
Voorbereiding op de afdeling
- u krijgt medicijnen om trombose tegen te gaan
- op de dag van de operatie mag u niet eten, drinken of roken, tenzij anders door de anesthesioloog met u is afgesproken
De operatie
Vlak voor de operatie krijgt u een medicijn waar u wat slaperig van wordt. U kunt hier ook een droge mond van krijgen. U doet speciale operatiekleding aan en verwijdert zo nodig make-up en nagellak. Een eventueel kunstgebit, bril/lenzen en sieraden laat u op uw kamer achter. Als het tijd is, rijdt een verpleegkundige u naar de operatieafdeling. De operatie duurt ongeveer 1 – 1½ uur.
Goed om te weten:
- U wordt wakker in de uitslaapkamer
- U krijgt vocht toegediend via een infuus. Verder zal er een katheter (slangetje) in de blaas zitten. Plassen gaat via deze katheter, die een dag blijft zitten. De katheter geeft soms wel het gevoel dat u toch nog moet plassen.
- Bij een operatie via de schede, wordt doorgaans een gaastampon in de schede gebracht om bloed op te vangen. Dit kan een drukgevoel in de buik geven.
Als u goed wakker bent, gaat u weer terug naar de afdeling. De zorg is in het begin intensief: bloeddruk, polsslag en wond worden regelmatig gecontroleerd. U kunt medicijnen krijgen tegen de pijn, vraag daar gerust om!
Na de operatie
De eerste dagen na de operatie kunt u buikpijn hebben. Dit is heel gewoon, er is immers een verse operatiewond, ook als u via de schede bent geopereerd. Door de verdoving hebben uw darmen stilgelegen. Na de operatie komen deze langzaam weer op gang. Daarom mag u de eerste dagen alleen drinken. Via vloeibaar en licht verteerbaar voedsel kunt u daarna weer normaal gaan eten. Winden laten is een goed teken: de darmen gaan weer werken.
De dag van de operatie blijft u nog in bed, de volgende dag kunt u er al voorzichtig uit. Zoals gezegd, zal de buik de eerste dagen pijnlijk zijn. Dit wordt langzamerhand minder. Als u moet hoesten, niezen of lachen, kunt u de buik het beste met de handen steunen, dat voorkomt pijn. Het zitten kan in het begin pijnlijk zijn.
Na een dag wordt de eventuele gaastampon verwijderd. Schrik niet van de lengte: soms is het gaas een paar meter lang!
Het infuus blijft een dag of twee zitten en wordt verwijderd als de misselijkheid voorbij is.
De eerste tijd na de operatie kan er wat bloederige afscheiding zijn.
U zult de gynaecoloog of de assistent regelmatig zien. Hebt u vragen, aarzel dan niet om ze te stellen.
De baarmoeder wordt onderworpen aan een microscopisch onderzoek. Dit vraagt 5 - 7 dagen.
Uw gynaecoloog bespreekt de uitslag met u.
Doorgaans blijft u na de operatie 3 - 5 dagen in het ziekenhuis. Dit hangt vooral af van de zwaarte van de operatie en van het tempo waarin u herstelt. Ook is van belang in hoeverre u thuis hulp nodig hebt. Na ± zes weken komt u terug voor poliklinische controle.
Herstelperiode
De duur van het uiteindelijke herstel is bij iedere vrouw verschillend. Sommigen zijn na zes weken hersteld, bij anderen vergt het een half jaar of langer voor zij zich weer de oude voelen.
Moeheid
In het ziekenhuis hebt u misschien het gevoel dat u tot heel wat in staat bent, maar eenmaal thuis valt dat vaak tegen. U bent sneller moe en kunt minder aan dan u dacht. Het beste kunt u toegeven aan de vermoeidheid en extra rusten. Te hard van stapel lopen werkt vaak averechts.
Afscheiding
De eerste zes weken kunt u nog wat bloed of bruinige afscheiding hebben. Als dit duidelijk meer is dan bij een normale menstruatie, moet u contact opnemen met uw arts. Douchen mag gerust, ook met een buiklitteken. Bespreek met uw gynaecoloog of u een bad kunt nemen; de meningen hierover zijn verdeeld.
Niet zwaar tillen
De eerste zes weken na de operatie mag u niet zwaar tillen, dus bijvoorbeeld niet sjouwen met zware bood-schappentassen e.d. Lichtere werkzaamheden zo¬als koken of afwassen kunt u geleidelijk weer gaan doen. Dit geldt ook voor activiteiten als fietsen, sporten en zwemmen. Als algemene regel geldt: stop als het niet meer gaat!
Niet te snel aan het werk
Vrouwen die buitenshuis werken, krijgen over het algemeen het advies minstens zes weken niet te werken. Als u zich na zes weken nog niet fit voelt, overleg dan met uw gynaecoloog, huisarts en/of bedrijfsarts. Soms kan het verstandig zijn om nog wat langer thuis te blijven om aan te sterken, of om de eerste weken alleen ‘s middags te werken.
Seksualiteit
Meestal krijgt u het advies om de eerste zes weken na de operatie geen seksuele gemeenschap te hebben of tampons te gebruiken. Het is namelijk beter voor de wondgenezing als er niets in de schede komt. Seksueel opgewonden raken of masturberen is overigens geen probleem.
Wanneer bij de controle na zes weken blijkt dat de wond in de schede goed genezen is, kunt u weer proberen gemeenschap te hebben. Dit zal de eerste keer wel wat onwennig zijn voor u beiden. U hoeft echter niet bang te zijn, dat de wond opengaat: die is na zes weken zeker genezen. Wel kan de buik in het begin nog gevoelig zijn. Wacht dan nog een poosje met het hebben van gemeenschap.
Veel gestelde vragen
Moet ik na de operatie nog uitstrijkjes laten maken?
Meestal is de baarmoederhals verwijderd en hoeft u geen uitstrijkjes meer te laten maken, tenzij uw gynaecoloog u dat adviseert, omdat er (in het verleden) afwijkende cellen in de baarmoederhals zijn gevonden. Als de baarmoederhals is blijven zitten, blijft u dan wel deelnemen aan het bevolkingsonderzoek naar baarmoederhalskanker.
Waar blijven de eitjes?
Net als voor de operatie, komen de eicellen na de eisprong in de buikholte terecht. Ze lossen daar op. U merkt daar niets van en dit heeft geen nadelige gevolgen.
Waar blijft het zaad?
Het zaad komt via de schede weer naar buiten, net als voor de operatie.
Wordt de schede minder diep?
De schede houdt dezelfde lengte als voor de operatie.
Hoe zit de schede nu vast na de operatie?
De schede hangt niet los na de operatie. De zijkanten zitten vast aan de bekkenwand. Bovendien worden de ophangbanden van de baarmoeder ter versteviging aan de top van de schede vastgemaakt.
Kan de wond openspringen bij veel inspanning?
De wond is gesloten met stevige hechtingen, die in zes weken oplossen. Tegen die tijd zijn de weefsels weer volledig aan elkaar vastgegroeid. De wond kan niet ineens openbarsten door onverwachte bewegingen of door veel inspanning. Wel kan door een vroegtijdige grote belasting een littekenbreuk ontstaan.
Wat gebeurt er met de lege ruimte in mijn buik?
De ruimte die ontstaat door het verwijderen van de baarmoeder, wordt direct opgevuld door de darmen. U loopt dus niet met een ‘gat’ in uw buik.
Meer informatie
- Nederlandse Vereniging voor Obstetrie en Gynaecologie www.nvog.nl
Dit is de beroepsvereniging van gynaecologen. De site van de vereniging bevat heel veel informatie over allerlei gynaecologische aandoeningen en operaties. - Informatie en Dienstondersteuning Gynaecologie
Telefoon 050 - 3135 646 (dinsdag en woensdag)
www.icgynaecologie.nl
(zoeken onder bekkenbodem- en incontinentieproblemen)