Prostaatoperatie

De prostaat

De prostaat produceert vocht dat bij een zaadlozing samen met de zaadcellen naar buiten komt (sperma). Dit vocht zorgt ervoor dat zaadcellen lang genoeg in leven blijven om een eicel te kunnen bereiken. De prostaat zit om de plasbuis heen, onder de urineblaas. Een normale prostaat is ongeveer zo groot als een kastanje.

Prostaatproblemen

Als er sprake is van prostaatproblemen, gaat het meestal om een prostaatvergroting. Bij het ouder worden groeit de prostaat mee. Vanaf een jaar of vijftig kan een man zo’n grote prostaat hebben, dat er klachten ontstaan. Een vergrote prostaat sluit namelijk nauwer om de plasbuis heen dan normaal, waardoor de plasbuis op den duur kan worden dichtgedrukt. Het gevolg daarvan is dat er problemen ontstaan bij het plassen.

Prostaatoperatie

Een prostaatvergroting kan met een operatie worden verholpen. Deze operatie wordt ook wel TURP genoemd: Trans Urethrale Resectie van de Prostaat. Transurethraal betekent ‘via de plasbuis’ en resectie betekent ‘weghalen’. Aan de ingreep houdt u geen uitwendige wond over.

Tijdens de operatie schuift de uroloog een dun buisje in uw plasbuis, voorzien van een cameraatje en een lichtbron. Zo kan de uroloog de plasbuis en de prostaat van binnen bekijken. Aan het buisje zit een metalen lisje, waardoor elektrische stroom loopt. Daarmee kan de uroloog stukje voor stukje het prostaatweefsel wegsnijden dat op de plasbuis drukt. Om de verwijderde stukjes weefsel af te voeren, wordt de blaas schoongespoeld met spoelvloeistof. De operatie duurt gemiddeld een uur.

Om vast te kunnen stellen of er sprake is van (kwaadaardige) afwijkingen, waaronder prostaat- kanker, wordt het weggenomen prostaatweefsel na de operatie onder de microscoop onderzocht door een patholoog (arts die weefselonderzoek doet).

Anesthesie

Een prostaatoperatie vindt plaats onder algehele anesthesie (narcose) of onder regionale anesthesie (ruggenprik).

Voor de operatie

Op de dag van de operatie of de dag ervoor wordt u opgenomen in het ziekenhuis.

De operatie vindt s’morgens plaats. U mag vanaf 0.00 uur (de avond tevoren) niets meer eten. U mag dan nog wel wat drinken, maar uitsluitend heldere vloeistoffen.

Op de verpleegafdeling krijgt u op de dag van de opname een laxeermiddel, zodat u na de operatie geen last krijgt van verstopping (obstipatie).

Enige tijd voor de operatie krijgt u een injectie om trombose te voorkomen.

Na de operatie

Wanneer u na de operatie weer goed wakker bent, brengt men u van de operatie-afdeling terug naar de verpleegafdeling.

Na de operatie heeft u een infuus in uw arm. Dit is een slangetje waardoor u vocht en geneesmiddelen toegediend kunt krijgen. Het infuus wordt weggehaald als uw bloedwaarden goed zijn, u niet (meer) misselijk bent en weer goed kunt drinken.

Ook heeft u een katheter in uw plasbuis. Dit is een slangetje waarlangs de urine automatisch wordt afgevoerd. Tevens wordt via de katheter vloeistof ingebracht om het operatie-gebied schoon te spoelen.
Na twee of drie dagen kan de kathter er meestal weer uit.

Om trombose te voorkomen krijgt u de eerste dagen na de operatie dagelijks een injectie.

Als u daar behoeft aan heeft, kan de verpleging u pijnstillers geven.

Naar huis

Wanneer de katheter verwijderd is en u kunt weer redelijk normaal plassen, mag u in overleg met de uroloog naar huis. Meestal is dat twee of drie dagen na de operatie.

Weer thuis

Het is belangrijk dat u de eerste zes weken na de operatie de volgende regels in acht neemt:

  • niet fietsen
  • niet zwaar tillen
  • niet persen tijdens de stoelgang
  • geen zaadlozing
  • geen alcohol gebruiken
  • veel drinken (minstens twee liter per dag).

De eerste tijd kunt u wat moeite hebben met plassen. Misschien kunt u niet plassen terwijl u wel aandrang voelt. Ook is het mogelijk dat u maar kleine beetjes kunt plassen en dat u pijn heeft bij het plassen. Verder kunt u ongewild wat urine verliezen. Dit is lastig, maar het zijn gewone verschijnselen, die in de loop van enkele weken verdwijnen.

Na een paar maanden is uw seksuele potentie doorgaans weer hetzelfde als voor de operatie. Ook de manier waarop u uw orgasme beleeft, is in principe niet veranderd. Wel blijft de zaadlozing na de operatie vaak ‘droog’ omdat het sperma in de blaas terecht komt en vervolgens wordt uitgeplast.

Houdt u er rekening mee dat u na een prostaat-operatie nog vruchtbaar kunt zijn!

Complicaties

Het is mogelijk dat er de eerste tijd nog wat bloed in uw urine zit. Daarover hoeft u zich niet ongerust te maken.

Neemt u contact op met uw huisarts of met de uroloog:

  • als de hoeveelheid bloed in uw urine toeneemt
  • als het plassen belemmerd wordt door bloedstolsels.

Controle

Ongeveer zes weken na de operatie wordt u bij de uroloog terugverwacht voor een controlebezoek. De secretaresse van de verpleegafdeling maakt hiervoor een afspraak, voordat u naar huis gaat.
In verband met het onderzoek dat plaatsvindt, is het belangrijk dat u met een volle blaas komt.

Tijdens het controlebezoek bespreekt de uroloog ook de uitslag van het weefselonderzoek met u. Als er een kwaadaardige afwijking is gevonden, neemt de uroloog voor die tijd contact met u op.

Nog vragen?

Als u nog vragen heeft over de operatie, kunt u contact opnemen met de polikliniek urologie.