Na de bevalling

U bent in het ziekenhuis bevallen en gaat nu naar huis. U en uw baby worden daar verder verzorgd door een kraamverzorgster. Ook zal de verloskundige regelmatig bij u langskomen. Daarnaast is soms de zorg van een JGZ-verpleegkundige (Jeugd Gezondheids Zorg) nodig.

Bij ontslag uit het ziekenhuis krijgt degene die u en uw kind thuis controleert (meestal is dit de verloskundige), zo snel mogelijk bericht.
Daarnaast krijgt u vanuit het ziekenhuis gegevens mee over de bevalling, de baby en de voeding (een brief voor de kraamverzorgster en één voor de verlos­kundige).

Verzorging thuis

Bij aanmelding heeft u van het kraamcentra al infor­matie gekregen over het werk van de kraamverzorgster. De verloskundige en kraamverzorgster zijn gewend samen te werken. De verloskundige bezoekt u deze periode zo vaak als nodig is, meestal gedurende tien dagen.

Controle

Goede controle tijdens de eerste tien dagen na de bevalling is erg belangrijk. Eventuele problemen – bij u of bij uw baby – doen zich namelijk meestal in deze periode voor.

De controle bij u richt zich vooral op bloedverlies, baar­moederstand, hechtingen, borsten en temperatuur.
Bij uw baby wordt gelet op de algemene toestand, de groei en op eventuele bijkomende problemen, zoals geel worden.

De verloskundige adviseert u, samen met de kraam­verzorgster, zonodig bij de voeding van de baby (borst­- of flesvoeding, tijden, hoeveelheden, problemen, eigen wensen enz.)

Belangrijk

Mocht de verloskundige de dag ná uw ontslag uit het ziekenhuis, ’s middags nog niet bij u zijn geweest, neemt u dan zelf even contact op: er kan iets zijn misgegaan met de berichtgeving.

Zorgverzekering

Het is belangrijk om uw kind zo spoedig mogelijk in te laten schrijven bij de zorgverzekeraar.

Huisarts

Het is plezierig als u na thuiskomst zelf alvast even uw huisarts belt, dat u bevallen bent. Het duurt namelijk meestal een paar dagen voor hij/zij de ontslagbrief uit het ziekenhuis ontvangt.

Rond de derde dag komt de huisarts uw baby helemaal nakijken. Dit blijkt namelijk de beste tijd te zijn voor een onderzoek van de pasgeborene.

Vragen

Mocht u in deze periode vragen hebben over anti­conceptie (geboorteregeling), bespreek dat dan gerust met de verloskundige of met uw huisarts. Dit kan natuurlijk ook in een latere fase, bijvoorbeeld bij de nacontrole.

Praktische adviezen

Kruiken

Bij iedere voeding de koudste kruik opnieuw vullen met heet water, deze aan het voeteneind leggen en de andere kruik aan de rugzijde van uw baby. De vervolg­tijden regelt u in overleg met de kraam­verzorgster. De kruiken altijd bedekt en met de dop naar beneden gericht neerleggen, vanwege mogelijke lekkage. Nooit onder, maar tussen de dekentjes leggen, om verbran­ding te voorkomen

Extra warmte

Het is verstandig om de eerste nacht thuis een flanellen luier om de beentjes van uw baby te leggen, om het temperatuurverschil op te vangen. De temperatuur in het ziekenhuis blijft namelijk dag en nacht gelijk (± 22°), terwijl dit thuis niet het geval is. Twijfelt u of uw baby het wel warm genoeg heeft, neem dan de temperatuur van uw baby op. De temperatuur moet rond de 37˚C liggen. Is deze 373C of hoger, dan 1 kruik verwijderen. Is de temperatuur lager dan 367C dan een extra warme kruik erbij maken.

Let op: Geef een kind vóór zijn eerste verjaardag geen honing. In honing kan een bepaalde bacterie zitten waar­­van heel jonge kinderen ziek kunnen worden.

Borstvoeding

Borstvoeding is de beste zuigelingenvoeding.In principe kunt u borstvoeding op afroep geven, tenzij anders is afgesproken. Indien bijvoeding nodig is of de baby is niet tevreden, de bijvoeding met een lepeltje geven. Minimaal 8 x per 24 uur aanleggen, vaker mag wel, dit bevordert de melkproductie.

Als je wilt afkolven

Redenen om te gaan kolven kunnen zijn dat je baby nog in de couveuse ligt, je gebruikt tijdelijk medicijnen die niet met de borstvoeding samengaan, of je gaat weer aan het werk.
Kolven zijn te huur en te koop. Je kan een handkolf of een elektrische kolf gebruiken.

Voor je gaat kolven altijd eerst je handen wassen.
Kolf net zo vaak als je zou voeden om te zorgen voor voldoende melk.
Je kolft tot je beide borsten bijna leeg zijn. De hoeveel­heid voeding is een kwestie van vraag en aan­bod. Hoe vaker je kolft, hoe meer voeding je krijgt. Om de voeding goed op gang te houden is het belang­rijk dat je 6 x per 24 uur kolft.
Afkolven moet je leren, wees niet teleurgesteld als je de eerste keren maar weinig melk krijgt.

Iedere keer dat je kolft een schoon flesje gebruiken. Op het flesje de tijd, datum en naam van je kind zetten.
De voeding na het kolven gelijk in de koelkast zetten, dit mag 48 uur bewaard worden.

De moedermelk kan ook ingevroren worden. Voor je het invriest de voeding eerst in de koelkast zetten.
Bij een 3* vriesvak kun je de melk tot max. 3 maanden (bij -18C.) goed houden. Ingevroren melk laten ont­dooien in de koelkast. Moedermelk niet opwarmen in de magnetron.

Voeding tijdens de lactatieperiode

In de periode dat u borstvoeding geeft, is ook uw eigen voe­ding enorm belangrijk. Een baby drinkt al snel 1 liter per dag. Dit vergt van u extra vocht, energie en voe­dings­stoffen zoals eiwitten, ijzer en kalk. tijdens de periode dat u borst­voeding geeft, gelden de volgende aanbevolen hoeveelheden:

Aanbevolen hoeveelheden per dag

Voedingsmiddel Hoeveelheden Opmerkingen
melk of melkproduc­ten 4 glazen neem liefst halfvolle melk, karnemelk of magere yoghurt
Kaas 2 plakken  
Vlees, vis, kip, ei, vleeswaren 125 gr./ af en toe een ei kies gevarieerd, liefst magere soorten
Groente* 4 lepels zorg voor variatie
Fruit 2 porties  
Aardappelen** 4-6 stuks  
Brood 6-7 sneden liefst bruin of volkoren-brood
Halvarine, margarine boter, bak- en braad producten 50 gram bij voorkeur halvari­ne of margarine met linolzuur
Vocht 2 liter Vruchten-, groenten­sap, melk, koffie, thee en water

* een deel van de groente kan ook als rauwkost of als broodbeleg worden gebruikt.
** in plaats van een kleine aardappel kunt u ook:
1 groentelepel gare macaroni of gare rijst of
1,5 groentele­pel gare peulvruchten of
2 sneetjes stokbrood nemen.

Gewicht

Vlak na de bevalling bent u vaak nog wat zwaarder dan u voor het begin van de zwangerschap was. Ga liever niet direct streng lijnen. Door het geven van borstvoeding neemt het gewicht in het algemeen snel en gemakkelijk af. Bovendien hebben u en uw baby alle voedingsstoffen en energie hard nodig. U kunt er wel voor zorgen dat u niet meer energie op­neemt dan u nodig heeft. Kies voor gezonde tussendoortjes zoals rauwkost, rozijntjes, een appel, een glas melk of een boterham.

Vocht

Voldoende drinken is belangrijk in de periode dat u borstvoe­ding geeft, u heeft nu ongeveer 2 liter per dag nodig. Maak gebruik van thee, koffie, melk, karnemelk, water, bouillon, vruchtensappen e.d. om te zorgen dat u voldoende vocht binnen­krijgt, kunt u zich aanwennen om iedere keer voordat u borst­voeding geeft zelf wat te drinken.

Voedingsmiddelen die van invloed kunnen zijn tijdens de borst­voeding

Uw baby kan reageren op voedingsmiddelen die u zelf heeft gegeten. Vaak merkt u dit al binnen 24 uur. Dit probleem kan vrijwel altijd worden opgelost door uw eigen voeding aan te passen en hetgeen waar uw baby op reageert niet meer te eten zolang u borstvoeding blijft geven.

Bekend is dat kinderen kunnen reageren op:

  • gasvormende groenten als kool, prei, spruitjes, ui. Deze kunnen darmkrampjes en het laten van veel windjes veroorzaken
  • scherpe kruiden als sambal, kerrie e.d. kunnen eveneens de oorzaak zijn van krampjes
  • veel fruit: teveel fruit kan bij de baby diarree veroorzaken, 1-2 porties per dag is voldoende.
  • Gebruik maximaal 1 portie citrusfruit per dag.

Soms kunnen kinderen tijdens de borstvoeding allergisch reage­ren op door u gedronken koemelk. De reactie wordt dan veroor­zaakt door stukjes koemelkeiwit die in de moedermelk terechtkomen. U kunt dan in overleg met uw huisarts of consultatiebureau, het gebruik van melkproducten beperken of in sommige gevallen vermij­den. Melk en melkproducten kunt u dan eventueel vervangen door melk op basis van soja-eiwit.

Roken en alcohol

Vermijd tijdens de periode dat u borstvoeding geeft, het roken van sigaretten. Schadelijke bestanddelen hiervan gaan name­lijk voor een deel in de melk over. Hetzelfde geldt voor alcohol en medicijnen. Wees matig met alcohol en gebruik alleen medicij­nen als de arts die uit­drukkelijk voorschrijft.

Flesvoeding

Er kun­nen verschillende redenen zijn waarom ouders kiezen voor flesvoeding. Wanneer een moeder geen borstvoeding kan of wil geven, wordt haar keuze voor flesvoeding gerespecteerd.

Welke fles en speen zijn geschikt?

Er zijn verschillende modellen plastic en glazen zuig­flessen te koop. Het maakt niet zoveel uit welke fles u gebruikt. Als de fles maar een brede hals heeft en er een duidelijke verdeling op staat zodat de hoeveelheid goed is af te lezen. Plastic flessen hebben als voordeel dat ze minder zwaar zijn en niet stuk kunnen vallen. Het nadeel van plastic flessen is dat ze na een tijdje minder mooi zijn. Glazen flessen zijn steviger en blijven mooier.

Er is ook veel keus in spenen.
Er zijn twee bekende modellen:

  • het kersmodel: rechte speen met ronde top
  • dental model: deze speen wijst schuin omhoog en heeft een platte top.

Welk model het beste is voor uw kind, is een kwestie van uitproberen. Elk kind heeft namelijk zijn/haar eigen voorkeur.

  • Spenen zijn gemaakt van latex (natuurlijk rubber) of van siliconenrubber (kunststof).Siliconen­spenen zijn beter schoon te maken dan latex­spenen, maar scheuren ook sneller. Zeker als het kind al tandjes heeft, is het nodig een siliconenspeen regelmatig te controleren op zwakke plekken.
  • Bij een gulzige drinker is een speen met één klein gaatje misschien beter. Als het kind wat langzamer drinkt, is een speen met twee gaten of één groter gat misschien een betere keus.
  • Er zijn ook meerstandenspenen te koop. Afhankelijk van hoe de speen in de mond zit, kan het kind sneller of langzamer drinken.

Als de fles snel op is en het kind nog wat wil sabbelen, kan een fopspeen worden gegeven

Soort voeding

In Nederland is alleen babyvoeding van goede kwaliteit in de handel. Wanneer u vooraf weet dat u flesvoeding gaat geven, kunt u alvast de voeding van uw keuze in huis halen. Alleen volledige zuigelingenvoeding is goed als flesvoe­ding. Maak zelf geen flesvoeding door bij­voor­­­beeld koe­melk of geitenmelk met water te men­gen. In dit soort voedingen zitten niet alle nodige voedings­stoffen en is dus geen volwaardige voeding.  

Het starten met de voeding

Kort na de geboorte zal uw baby het eerste flesje krijgen. De hoeveelheid voeding wordt berekend aan de hand van het geboortegewicht volgens onderstaand schema. Niet alle baby’s drinken vanaf het eerste flesje alles op. Dit is niets om u ongerust over te maken. Na een paar dagen oefenen komt dit in de meeste gevallen vanzelf goed. Afhankelijk van hoe uw baby de flesjes drinkt, wordt de voeding de komende dagen opge­hoogd.

Schema voor de hoeveelheid van de voeding

De wijkverpleeg­kundige zal hierover uitleg geven bij het huisbezoek. Het is niet verstandig uw baby meer voeding te geven dan de hoeveelheid die bij het gewicht en de leeftijd van de baby past.
De hoeveelheid voeding per 24 uur wordt gedeeld door het aantal voedingen dat de baby nodig heeft:

  • gezonde zuigelingen krijgen minimaal 7 voedingen
  • zuigelingen die minder dan 2500 gram wegen, krijgen 8 voedingen
  • zuigelingen die meer dan 4500 gram wegen, krijgen 8 voedingen.

Gezonde zuigelingen worden op verzoek gevoed met een minimum van 7 voedingen. Het kan voorkomen dat een baby door de kinderarts 8 voedingen voor­geschre­ven krijgt om een andere reden dan het gewicht van de baby. Indien een baby 8 voedingen nodig heeft, moet de baby elke 3 uur gevoed worden.

Bij volledige zuigelingenvoeding heeft uw kind geen extra vitamine D en vitamine K nodig. Deze vitamines zitten al in de melkpoeder. Naast gewone zuigelingen­voeding is er ook speciale voeding voor hongerige en spugende baby’s. Ook is er voeding op sojabasis en lactose-arme voeding. Bij eventuele klachten is het niet verstandig om zomaar een andere voeding te kiezen. Het is beter om dit eerst te overleggen met het consul­tatie­bureau.

Het klaarmaken van de fles

Voor het eerste gebruik fles en speen 3 minuten uit­koken, daarna eenmaal per dag.
Tip: leg een doekje op de bodem van de pan.
U moet de fles heel precies en schoon klaarmaken. Als u dat niet doet, zou uw kind ziek kunnen wor­den.
Er kunnen – als het echt moet - één of twee flessen van tevoren worden klaargemaakt. In klaargemaakte fles­­­­voeding kunnen bacteriën zich goed vermenig­vuldi­gen en kleine baby’s kunnen snel infecties krij­gen. U moet de klaargemaakte flesvoeding meteen in de koel­kast zetten. De temperatuur in de koelkast moet lager zijn dan 4°C. U kunt deze flesvoeding niet langer dan 8 uur in de koelkast bewaren. Gooi restjes altijd weg.

Richtlijnen voor het klaarmaken zijn:

  • was uw handen
  • zorg dat de plek waar u de fles klaarmaakt schoon is
  • zorg dat de fles schoon is
  • volg voor het klaarmaken en de juiste dose­ring de instructies die op de ver­pak­king staan. Gebruik al­leen het schep­je dat bij de ver­pak­king zit en geef het kind geen schepje meer of minder
  • gebruik water uit de kraan. Het water is in Nederland zo veilig dat u het water niet eerst hoeft te koken
  • probeer altijd op de binnenkant van uw pols of de klaargemaakte melk niet te warm is
  • geef de fles meteen aan uw kind als de tempe­ratuur goed is
  • laat uw kind niet langer dan een half uur drinken.

Het verwarmen van de fles

U kunt de fles op verschillende manieren verwar­men:

  • au bain marie (dat is in een pannetje met warm water)
  • in een flessenwarmer
  • in de magnetron.

De flesvoeding mag niet warmer worden dan 30-35°C (drink­temperatuur).
Als u de fles in een magnetron verwarmt, kan de buiten­kant van de fles koud aan­voelen terwijl de inhoud heet is. Daarom moet u de fles altijd even schudden om de warmte van de melk goed te verdelen. 
Kiest u bij het verwarmen in de magnetron 600 watt;

  • een fles van 100 ml ± 30 seconden
  • een fles van 150 ml ± 45 seconden
  • een fles van 200 ml ± 60 seconden.

Bij een ander vermogen van de magnetron moet u de tijden aanpassen.

Houding tijdens het voeden

Uw houding tijdens het voeden is belangrijk. Neem uw kindje tijdens het voeden op schoot en laat het niet in een babystoeltje of in bed drinken. Het lichame­lijk contact met de baby is belangrijk en op schoot is de kans op verslikken kleiner. Om ervoor te zorgen dat uw kind niet te veel lucht binnenkrijgt, moet de speen tijdens het voeden altijd gevuld zijn met melk.
Vergeleken met borstvoeding krijgt een kind van fles­voeding kind gemakkelijk te veel. Het drinken uit de fles gaat immers ­mak­­ke­lijker en sneller. Hierdoor wilt u misschien door­gaan met voeden tot de fles leeg is. Dat is niet goed. Het is beter om te stoppen als uw kind aangeeft dat het niet meer wil drinken.

Het schoonmaken van de fles

  • Spoel direct na het drinken de fles en speen om met koud water.
  • De fles met speen bewaren in de koelkast.
  • Was de fles en speen 1x per dag in een afwas­machine op minimaal 55°C. Of maak in heet sop de fles en speen goed schoon met een flessen­borstel.
  • Zet de fles en speen ondersteboven op een droge, schone doek te drogen.

Onderweg of op reis

Het is niet verstandig om een klaargemaakte fles mee te nemen als u op reis gaat. Het is niet mogelijk om flesvoeding buiten de koelkast goed te koelen.
Als u op reis gaat, kunt u dan ook beter een juiste hoe­veel­heid melkpoeder voor een fles meenemen.
Eventueel kunt u ook warm water meenemen in een thermosfles. Zo kunt u overal gemakkelijk een fles klaarmaken en geven.

Bekkenbodem

Het zou kunnen dat door de zwangerschap en bevalling uw bekkenbodemspieren zijn verslapt, met incontinentie als gevolg. Het is heel goed mogelijk deze spieren weer krachtiger te maken, zodat ze een beter afsluiting vormen voor de blaas.

U kunt zelf oefeningen doen, maar om de techniek goed aan te leren is goede instructie door een fysiotherapeut gewenst. Uw huisarts kan u hiervoor doorverwijzen.

Wanneer kunt u met de oefeningen beginnen?

Zodra u na de geboorte van uw baby weer wat uitgerust bent, kunt u bijvoorbeeld een dag na de bevalling, rustig met de oefeningen beginnen. Het maakt daarbij niet uit of u een normale bevalling, een kunst-verlossing of een keizersnede heeft gehad.

Het is belangrijk de oefeningen ontspannen te doen.
Neem daarom dagelijks de tijd en rust voor de oefeningen. Een goed moment kan tijdens de voedingen zijn. In het begin kunt u beter een paar keer kort oefenen dan één keer lang. Als de spieren herstellen en het uithoudingsvermogen toeneemt is één tot twee keer per dag voldoende.
Adem tijdens het oefenen rustig door en probeer niet te gaan persen. Het is normaal dat vlak na de bevalling het gevoel in het onderlichaam verminderd is. U zult merken dat door regelmatig oefenen dit terug zal komen.
Begin met de eerste oefening. Als deze goed gaat, gaat u de volgende keer verder met de volgende. Stop als een oefening onplezierig aanvoelt, het is niet de bedoeling iets te forceren.

Oefeningen voor de bekkenbodem

De oefeningen bestaan uit het regelmatig aan- en ontspannen van de bekkenbodemspieren, zonder daarbij de ‘hulpspieren’ zoals buik- of bilspieren te gebruiken. Omdat dit geen zichtbare beweging veroorzaakt is het erg belangrijk dat u zelf goed leert voelen of u de bekkenbodem op de juiste manier aanspant.

Ga daarvoor rechtop zitten op een harde stoel, voeten plat op de grond en de benen wijd. Stel u nu voor dat u een windje of de plas tegen zou willen houden, of de vagina naar binnen toe optrekt. Als het erg moeilijk is, kunt u tijdens het plassen proberen een keer te onderbreken. Gebruik dit niet als oefening, maar alleen om te leren hoe het voelt!

Eventueel kunt u voorzichtig een vinger in de schede brengen; als u op de juiste manier aanspant voelt u de druk toe- en afnemen.

Overdrijf het oefenen niet, het is niet de bedoeling een stugge bekkenbodem te kweken. Een goed functionerende bekkenbodem is sterk en veerkrachtig, vergelijkbaar met een trampoline. Er is dan voldoende kracht om te steunen en af te sluiten, maar ook de mogelijkheid tot ontspanning om iets door te laten.

Oefening 1
U ligt op de rug met de knieën gebogen, voeten plat op de onderlaag. Span de spieren aan en ontspan weer. Probeer zo weer controle en gevoel terug te krijgen over de bekkenbodemspieren.

Oefening 2
Span de bekkenbodemspieren aan en probeer dit een paar tellen vast te houden waarna u weer bewust ontspant. Herhaal dit een aantal keer tot u voelt dat de spieren moe worden, maximaal 10 keer.

Oefening 3
Hetzelfde als oefening 2; bouw het aantal tellen vasthouden langzaam op naar 10 . Blijf goed letten op de ontspanning en zorg dat u goed door blijft ademen. Stop als de spier moe wordt, maximaal 10 keer.

Oefening 4
Probeer de bekkenbodemspieren zo snel mogelijk aan te spannen en weer helemaal los te laten (‘knipogen’ met de bekkenbodem). Let er op dat u hierbij niet de adem vastzet, kijk eens of het lukt op een uitademing. Neem er rustig de tijd voor en herhaal maximaal 5 keer.

Oefening 5
Dit is een goede oefening om te voelen wat u doet met de bekkenbodem en hoeveel spanning er op zit.
Probeer de bekkenbodem in stapjes steeds een stukje verder aan te spannen. Vergelijk de bekkenbodem met een lift: u moet naar de derde verdieping maar de lift stopt ook op de eerste en tweede verdieping. Ontspan in één keer. Vergeet daarbij ook ‘de kelder’ niet!

De oefeningen kunt u vervolgens ook in zittende en staande houding doen.

Adviezen

• Probeer in de kraamperiode zo min mogelijk te tillen.
• Daarna bij tillen of kracht zetten: goed de bekkenbodem aanspannen, niet de adem vast zetten.
• Maak er een gewoonte van elke keer bij het opstaan uit bed of van een stoel de bekkenbodem eerst aan te spannen. Doe dit ook na toilet bezoek.
• Persen geeft een grote belasting voor de bekkenbodem. Zorg voor een goede toiletgang, zodat u niet hoeft te persen.
• Doe de oefeningen in ieder geval de eerste 6 weken. Zijn er dan nog klachten of lukt het niet om een goede controle te krijgen over de bekkenbodem, dan is het belangrijk om hulp te zoeken.
• U kunt contact opnemen met een bekkenfysiotherapeut, te vinden op www.fysionet.nl.

De blaas de baas

Het zou kunnen dat door de zwangerschap en bevalling uw bekkenbodemspieren zijn verslapt, met inconti-nentie als gevolg. Het is heel goed mogelijk deze spieren weer krachtiger te maken, zodat ze een beter afsluiting vormen voor de blaas.

Deze oefeningen kunt u zelf doen, maar om de techniek goed aan te leren is goede instructie door een fysiotherapeut gewenst. Uw huisarts kan u hiervoor doorverwijzen.

Praktische tips

  1. Alle oefeningen die u doet om het ongewenst plassen of druppelen tegen te gaan, kunt u te allen tijde doen. Bijvoorbeeld tijdens het sporten, fietsen, TV-kijken, in huis werken enz.
  2. Doe alle oefeningen zo vaak mogelijk
  3. Een voorbeeld van een oefening die u altijd kunt toepassen, is het intrekken van de anus en de plasbuis, tijdens het uitademen. Doe dit zo vaak mogelijk op een dag, maar probeer vooral ook per keer de spieren gedurende enige tijd ingetrokken te houden terwijl u rustig doorademt.
  4. Als u moet bukken en/of tillen, adem dan uit en trek de bekkenbodem (zie punt 3) en de buikspieren in. Moet u gedurende enige tijd kracht blijven zetten, houd dan de bekkenbodem en de buikspieren stevig aangespannen maar adem rustig door. Wanneer u de adem inhoudt bij een inademing perst u op de bekkenbodem.

Oefening 1

Ga op uw rug liggen met opgetrokken knieën en leg uw handen losjes op uw buik. Het is nu de bedoeling, dat u de bekkenbodemspieren en de buik intrekt tijdens een uitademing, dus terwijl uw ribben zakken. U neemt dus als het ware de bodem en de buik mee naar binnen toe tijdens het uitademen. Daarna moet u de spanning vasthouden, dus de spieren ingetrokken houden, maar wel weer gewoon in- en uitademen.
Na driemaal rustig in- en uitgeademd te hebben, ontspant u de bekkenbodem weer en voelt u ook de buik ontspannen. Het is even oefenen, maar op den duur lukt het wel. Wanneer u de slag te pakken hebt, kunt u de oefening ook zittend of staand uitvoeren tijdens uw dagelijkse werkzaamheden. U hoeft dan niet teveel tijd te verliezen met oefenen, maar het vraagt wel aandacht voor uzelf.

Oefening 2

De bekkenbodemspieren werken samen met de buik- en heupspieren, daarom worden die nu ook meegenomen in de oefening. Ga weer op uw rug liggen met opgetrokken benen. Trek tijdens een uitademing de bekkenbodem- en de buikspieren in, zoals bij oefening 1, adem door en til uw staartbeen op van de grond. Uw rug blijft dus bol. Adem driemaal rustig door en laat daarna de rug weer op de grond zakken en ontspan dan pas de buik- en bekkenbodemspieren. Herhaal de oefening tot u moe wordt.

Telefoonnummers

Bij tussentijdse vragen of problemen kunt u altijd even contact opnemen met de dienstdoende verloskundige.

Regio Hoogeveen : 06 523 44 548

Regio Zuidwolde : 06 533 49 081

Regio Midden Drenthe : 06 519 15 327.

Verloskundigenpraktijk Petit : 06 313 27 876.

Of met Icare Zorgcentrale : 0900 8833
(24 uur per dag / € 0,10 per minuut)