Elektroconisatie (diathermische lisexcisie)

U bent al eerder door de gynaecoloog gezien en hebt uitleg gekregen over de elektroconisatie. Deze ingreep vindt plaats op de polikliniek, routenummer 6.

Als de ingreep plaatsvindt onder plaatselijke verdoving, mag u vrijwel meteen daarna naar huis. Indien nodig, kunt u na de ingreep even bijkomen in een bed. U mag echter niet alleen naar huis rijden.

Gang van zaken bij plaatselijke verdoving

De behandeling duurt ongeveer 20 minuten. U neemt plaats in de gynaecologische onderzoekstoel. U krijgt een plakker op uw been om elektrische stroom te geleiden. Nadat een speculum in de schede is gebracht, geeft de arts plaatselijke verdoving met een dunne naald. De baarmoederhals wordt gekleurd met azijnoplossing of jodium.

De gynaecoloog schilt bij deze ingreep met een metalen verhit lisje het afwijkende weefsel weg.
Het inbrengen van de naald voor de plaatselijke verdoving geeft vaak kortdurend wat pijn.
Als de verdoving is ingewerkt, voelt u over het algemeen niets meer van de lisexcisie zelf.
Daarna geneest de wond. Soms wordt deze ingreep ook een diathermische lisexcisie genoemd.

De ingreep

De behandeling duurt ongeveer een kwartier. U neemt plaats in de gynaecologische onderzoekstoel. U krijgt een plakker op uw been om elektrische stroom te geleiden. Nadat een speculum in de schede is gebracht, geeft de arts plaatselijke verdoving met een dunne naald. De baarmoederhals wordt gekleurd met azijnoplossing of jodium.

De gynaecoloog schilt bij deze ingreep met een metalen verhit lisje het afwijkende weefsel weg.
Het inbrengen van de naald voor de plaatselijke verdoving geeft vaak kortdurend wat pijn.
Als de verdoving is ingewerkt, voelt u over het algemeen niets meer van de lisexcisie zelf. Daarna geneest de wond. Soms wordt deze ingreep ook een diathermisch lisexcisie genoemd.

Na de ingreep

Na afloop van de ingreep kunt u ruim een week bloederige afscheiding hebben. Soms kunt u na ± 10 dagen nog wat helder bloedverlies hebben; dit is normaal. Neemt u contact op met de poli gynaecologie, wanneer u meer bloedverlies hebt dan bij een normale menstruatie.

U krijgt een vervolgafspraak mee voor controle van de wond en het bespreken van de uitslagen, meestal na 6 weken.

Gang van zaken bij narcose of ruggenprik

Als besloten wordt tot een behandeling van de baarmoederhals onder narcose of met een ruggenprik gebeurt dit in dagbehandeling op de operatiekamer. Dat betekent dat u op de dag behandeling wordt opgenomen en dezelfde dag naar huis gaat.
Voor de operatie worden vaak vragen gesteld over uw gezondheid en meestal vindt een kort lichamelijk onderzoek plaats.

Voorbereiding

Op de dag van de ingreep moet u nuchter zijn: na 0.00 mag u niets meer eten en drinken.

De ingreep

De narcose wordt toegediend via een naaldje in een ader van uw hand of arm. Dit gebeurt door de anesthesist (narcotiseur). U wordt wakker uit de narcose op het moment dat de gynaecoloog klaar is met de operatie.
Als u wakker wordt, bent u eerst in de uitslaapkamer. Daarna brengt men u naar de afdeling terug. U kunt wat suf zijn en soms wat buikpijn hebben. Ook kunt u zich misselijk voelen en een droge mond hebben. Dit wordt na een paar uur minder.
Soms hebt u na de operatie een infuus. Dat is een zak met vloeistof die via een slangetje in de ader van uw hand of arm loopt. Meestal wordt dit enkele uren na de operatie verwijderd.

Na de ingreep

Na een dagbehandeling is het verstandig dat u uit het ziekenhuis wordt opgehaald. Zelf autorijden of met het openbaar vervoer naar huis gaan wordt afgeraden in verband met mogelijke bijwerkingen van de narcose.
Thuis kunt u over het algemeen uw dagelijkse werk­zaamheden snel weer hervatten. Soms bent u de eerste dagen nog moe. Daarom is het verstandig deze eerste dagen niet te veel bezigheden te plannen. Bij de zorg voor een druk gezin is het misschien verstandig om de eerste dagen extra hulp te regelen. Bespreek dit zo nodig al met de gynaecoloog voor de operatie.

Adviezen na behandeling van de baarmoederhals

Gebruik van tampons
Het gebruik van tampons wordt afgeraden zolang er nog sprake is van bloedverlies of afscheiding na een behandeling.

Seksualiteit
Gemeenschap wordt afgeraden zolang er nog sprake is van bloedverlies of afscheiding na een behandeling. Tegen een orgasme (klaarkomen) bestaat geen bezwaar.
De eerste keer weer gemeenschap hebben is vaak een eng idee. Toch kan er niets ernstigs gebeuren. Een enkele keer is er wat bloedverlies. De baarmoederhals is dan nog niet helemaal is genezen. Wacht dan nog wat langer met het hebben van gemeenschap.

Zwemmen, baden en douchen
Zolang er nog bloederige afscheiding is, wordt afgeraden een bad te nemen of te zwemmen. Van de douche kunt u gerust gebruik maken.

Weer beginnen met werken
Afhankelijk van de zwaarte van uw werk wordt aan­geraden twee dagen tot een week rust te nemen.

Wanneer moet u contact met de gynaecoloog opnemen?

Hevig bloedverlies
Als u na een behandeling van de baarmoederhals veel vloeit, dus meer dan bij een forse menstruatie, is het verstandig met de gynaecoloog contact op te nemen.

Koorts
Ook als u na de behandeling koorts krijgt, is dit een reden voor overleg met de gynaecoloog.

Nacontrole

Na de behandeling wordt een telefonische afspraak, dan wel een controleafspraak op de polikliniek gemaakt. Er wordt dan besproken hoe het hoe het met u gaat, hoe het genezingsproces van de baarmoederhals verloopt, alsook de uitslag van het weefselonderzoek en hoe verdere controle plaatsvindt.

Meestal wordt een uitstrijkje een halfjaar, een jaar en twee jaar na de behandeling herhaald. Daarna kunt u als de uitstrijkjes goed zijn gewoon weer deelnemen aan het bevolkings­onderzoek.
Bij meer dan 90% van de vrouwen wordt het uitstrijkje na een behandeling weer normaal. Dit is een teken dat de behandeling goed gelukt is.
In enkele gevallen blijkt het uitstrijkje na een behandeling nog steeds afwijkend. Bij de helft van deze vrouwen wordt het uitstrijkje uit zichzelf weer normaal, bij de andere helft blijft het afwijkend. De gynaecoloog doet dan opnieuw colposcopisch onderzoek. Afhankelijk van de bevindingen wordt met u besproken of een tweede behandeling noodzakelijk is. Ook ontstaat bij enkele vrouwen enige tijd na de behandeling opnieuw een afwijkend uitstrijkje. Daarom wordt na een behandeling in de eerste twee jaar een uitstrijkje enkele malen herhaald.

Complicaties en gevolgen op lange termijn

Complicaties op korte termijn van de verschillende behandelingen van de baarmoederhals zijn er nauwelijks. U blijft gewoon menstrueren. Over het algemeen zijn er geen problemen met zwanger worden, met een zwangerschap of een bevalling.

Toch kunnen in uitzonderingsgevallen de volgende proble­men voorkomen.

Problemen bij het zwanger worden
Na een behandeling maakt de baarmoederhals soms minder slijm aan. Slijm van de baarmoederhals is noodzakelijk voor zaadcellen om zich vanuit de schede naar de baarmoeder en de eierstokken te bewegen. In zeldzame gevallen kan te weinig slijmproductie een reden zijn dat zwanger worden moeilijk lukt.

Problemen tijdens de zwangerschap
Als bij een conisatie een erg groot stuk van de baarmoederhals is weggenomen, is kans op een vroeggeboorte licht verhoogd. Bij andere behande­lingen komt dit probleem niet voor.

Problemen tijdens de bevalling
In zeer zeldzame gevallen ontstaat er na een behandeling van de baarmoederhals heel sterk littekenweefsel. Het is mogelijk dat de baarmoederhals dan tijdens de bevalling moeilijker opengaat.

Moeilijkheden bij het afnemen van uitstrijkjes
Door sterk littekenweefsel kan de ingang van de baarmoederhals erg nauw worden, waardoor het moeilijk kan zijn cellen van de binnenkant van de baarmoederhals voor een uitstrijkje te krijgen.

Pijnlijke menstruaties
Als de baarmoederhals als gevolg van littekenweefsel erg nauw is geworden, kunnen menstruaties pijnlijker zijn dan voorheen.
Deze complicaties klinken u misschien alarmerend in de oren. Maar u moet bedenken dat ze slechts zelden voorkomen. Bovendien worden ze vooral gezien na een behandeling waarbij een groot deel van de baarmoederhals met een mesje verwijderd is (conisatie). Bij elektroconisaties komen zij maar zeer zelden voor.

Tot slot

Een afwijkende uitslag roept bij vrouwen vaak veel vragen en onzekerheden op. In deze brochure is geprobeerd om zo goed mogelijk uitleg te geven over de meest gebruikelijke behandeling.
De gynaecoloog die u behandelt, bespreekt met u welke medische zorg het meest geschikt is voor u, en is altijd bereid uw vragen te beantwoorden.

Woordenlijst
Colposcopie Onderzoek waarbij de arts door de colposcoop kijkt naar de baarmoederhals
Conisatie Ingreep waarbij met een mesje een kegelvormig stukje van de baarmoederhals wordt weg-genomen is.
Elektroconisatie Andere benaming voor lisexcisie
Lisbiopsie Het afnemen van een lisbiopt
Lisbiopt Een stukje weefsel dat met een verhit lis wordt weggenomen voor onderzoek
Lisconisatie Andere benaming voor lisexcisie
Lisexcisie Ingreep waarbij met een verhit lisje het afwijkende weefsel wordt weggeschild