Inleiden van de bevalling

Het inleiden van de bevalling

Bij een ingeleide bevalling wordt de bevalling kunstmatig op gang gebracht. Dit gebeurt met medicijnen, die de weeën opwekken; in vaktermen wordt dit ook wel een ‘chemische inleiding’ genoemd.
Een ingeleide bevalling vindt altijd plaats in een ziekenhuis, onder verantwoordelijkheid van een gynaecoloog, vaak uitgevoerd door de in het ziekenhuis werkzame verloskundige.

Wanneer wordt een bevalling ingeleid

De gynaecoloog adviseert meestal een inleiding, als hij/zij van mening is dat het voor de baby beter is om geboren te worden. De bevalling wordt opgewekt op een tijdstip, dat de toestand van de baby goed is en verwacht wordt dat de baby normaal geboren kan worden.
Ook ernstige klachten van u zelf kunnen een reden zijn om de bevalling in te leiden.
Enkele veel voorkomende redenen voor een inleiding zijn: over tijd zijn, langdurig gebroken vliezen, groeivertraging van de baby en een verslechtering van het functioneren van de placenta (moederkoek).

Langdurig gebroken vliezen

Als de vliezen langer dan 24 uur gebroken zijn, spreekt men van langdurig gebroken vliezen. Omdat er iets meer infectiegevaar bestaat, vindt dan meestal de bevalling plaats in het ziekenhuis.
Als de vliezen vóór 37 weken zwangerschap breken, wordt vaak langer gewacht met een inleiding, zolang er geen tekenen van infectie zijn.

Groeivertraging van de baby

Als de verloskundige of gynaecoloog denkt dat uw baby aan de kleine kant is, wordt met een echo onderzocht of dit inderdaad zo is. Ook weinig vruchtwater kan duiden op een kleine of te kleine baby. Regelmatige echo’s kunnen informatie geven over de verdere groei van de baby. Zo nodig vindt ook controle van de conditie van de baby plaats met een CTG.
Bij onvoldoende groei of dreigende achteruitgang van de conditie van uw baby, kan de gynaecoloog een inleiding adviseren.

Achteruitgang van de functie van de placenta

De baby krijgt voeding en zuurstof via de placenta (moederkoek). Door bijvoorbeeld een te hoge bloeddruk of suikerziekte tijdens de zwangerschap, kan de placenta minder goed gaan functioneren.
Als het dan beter lijkt om de baby geboren te laten worden, zal de gynaecoloog een inleiding met u bespreken.

Voorbereiding

U kunt, wanneer u voor een CTG komt, meteen een kijkje nemen op de verloskamers op de afdeling.
Om te beoordelen of het mogelijk is de bevalling in te leiden, doet de gynaecoloog of de verloskundige een inwendig onderzoek.
Op de dag van opname meldt u zich om 7.30 uur (met uw partner) op afdeling 7.

Over tijd zijn

Als u twee weken na de uitgerekende datum niet bevallen bent, spreekt men van ‘over tijd’.
Bij 10 dagen over tijd komt u voor een echoscopisch onderzoek van de hoeveelheid vruchtwater. Ook wordt dan begonnen met de dagelijkse controle van de conditie van de baby, door het maken van een CTG (CardioTocoGram), waarbij de harttonen en de eventuele contracties (weeën) worden geregistreerd.
Als uit deze onderzoeken blijkt dat de conditie van de baby achteruitgaat, kan de gynaecoloog adviseren de bevalling in te leiden.

Meenemen:

  • kleding voor uzelf voor tijdens en na de bevalling
  • toiletartikelen
  • babykleertjes.
  • Ook is het verstandig wat ter ontspanning en tijdverdrijf mee te nemen. Op de verloskamers heeft u de beschikking over een draagbare radio/cd-speler. U kunt uw eigen cd’s mee­nemen. De eerste uren zijn er soms nog niet zoveel weeën. Afleiding kan dan plezierig zijn.

Wanneer is een inleiding mogelijk

Een inleiding is pas mogelijk als de baarmoedermond al een beetje open en verweekt is.
Verloskundigen en gynaeco-logen gebruiken hiervoor de term ‘rijpheid’.

Op de tekeningen ziet u voorbeelden van een rijpe en een onrijpe baarmoedermond. Een onrijpe baarmoedermond is nog lang en voelt stevig aan. Dit noemt men een staande portio (portio is baarmoedermond). Meestal is er nog geen ontsluiting.

Andere redenen voor een inleiding

Er kunnen nog vele andere redenen zijn om een bevalling in te leiden. Deze kunnen te maken hebben met het verloop van de vorige bevalling of met andere bijkomende problemen tijdens de huidige zwangerschap.
Ook kan het tijdens de bevalling gebeuren, dat u ingeleid wordt vanwege het afzakken of minder krachtig worden van de weeën.

Een rijpe baarmoedermond is over het algemeen korter. Men spreekt dan over een verstreken portio. Deze voelt ook weker aan, en vaak is er al wat ontsluiting. In dat geval is het mogelijk een inleiding af te spreken.

Het inleiden van de bevalling

Bij een inleiding brengt men de weeën op gang en controleert men de conditie van de baby.

Het op gang brengen van de weeën gebeurt door het breken van de vliezen en het inbrengen van een infuus. Een pompje dient medicijnen (oxytocine) toe om de weeën op gang te brengen. De dosering gaat stapsgewijs omhoog. Geleidelijk beginnen dan de weeën.
We streven een natuurlijk verloop van de bevalling na. Tussen de weeën door hebt u even rust om op adem te komen. Het hoort niet zo te zijn dat u continue weeën hebt. In dat geval zullen de medicijnen worden verminderd.

Als de baarmoeder onrijp is

Wanneer de baarmoedermond onrijp is en er toch een dwingende reden is om de bevalling op gang te brengen, kan de gynaecoloog adviseren de baarmoedermond ‘rijp’ te maken.
Er wordt dan in de baarmoederhals een weeënstimulerende gelei aangebracht. Deze gelei bevat zogenaamde prostaglandinen. Dit zijn hormonen die de rijpheid van de baarmoedermond bevorderen.
Na het maken van een CTG doet de gynaecoloog of de verloskundige een vaginaal toucher (het voelen met vingers in de vagina).
Na het inbrengen van een spreider (speculum) wordt de gel met een spuitje in de vagina gespoten.
Hierna moet u een half uur op uw rug blijven liggen, terwijl er een CTG wordt gemaakt.
De gelei kan er dan niet uitglijden en kan gaan inwerken. Prostaglandinen maken niet alleen de baarmoedermond rijp, maar ze kunnen ook weeën veroorzaken. Vaak ontstaan er na het inbrengen harde buiken. Soms gaan de harde buiken wel over in weeën en komt de bevalling spontaan op gang.

Na de bevalling

Na de geboorte kijkt de gynaecoloog of verlos­kundige uw baby na.
Wanneer u bent ingescheurd of ingeknipt, zal dat worden gehecht.
Uw bloeddruk, pols, temperatuur, bloedverlies, stand van de baarmoeder en urineproductie worden gecontroleerd. Hebt u geplast en het vloeien is normaal, dan wordt ook het infuus verwijderd.
Meestal kunt u de ochtend na de bevalling weer naar huis.

Controle van de baby en de weeën

De conditie van uw baby wordt gecontroleerd met een CTG. Dit kan uitwendig, via de buik.
Meestal wordt een draadje (schedel-elektrode) op het hoofd van de baby vastgemaakt om de harttonen te registreren. Dit gebeurt via een inwendig onderzoek.
Ook kan de verloskundige of gynaecoloog een dun slangetje (drukkatheter) in de baarmoeder inbrengen om de sterkte van de weeën te meten. Men kan de weeën ook registreren met een band om de buik.
Elk uur wordt uw bloeddruk en polsslag gecontroleerd, om te kijken hoe uw eigen conditie blijft. Op advies van de gynaecoloog kan dit vaker gebeuren.

Hoe gaat de bevalling verder

Na het starten van de inleiding is het verloop in principe hetzelfde als bij een ‘normale’ bevalling. De weeën worden langzamerhand heviger en pijnlijker.
Over het algemeen hebt u de vrijheid om de weeën op uw eigen manier op te vangen: zittend in een stoel, staand naast het bed, of liggend of zittend in bed. Naarmate de baarmoedermond rijper is, gaat de ontsluiting vaak sneller.
Het persen en de geboorte van de baby en de moederkoek gaan niet anders dan bij een ‘normale’ bevalling.
Zolang u bezig bent met de bevalling mag uw partner daarbij aanwezig zijn. Uiteraard krijgt hij ook een kopje koffie en eventueel een maaltijd aangeboden.

Goed om te weten

Bij langdurig gebroken vliezen of suikerziekte moet de baby nog één of enkele dagen worden geobserveerd. Bij een baby met een laag geboortegewicht of bij een te vroeg geboren baby, kan hij/zij enige tijd op de couveuse afdeling opgenomen worden.
Afhankelijk van uw verzekering kunt u dan zelf 8 of 9 dagen in het ziekenhuis blijven. Het is verstandig om bij uw verzekering te informeren, welke periode vergoed wordt.
Het kan ook voor uw eigen gezondheid noodzakelijk zijn langer te blijven, bijvoorbeeld in verband met hoge bloeddruk of ruim bloedverlies.

Volgende keer weer een inleiding?

Het is beslist niet zo, dat eens een inleiding betekent dat ook bij volgende zwangerschappen weer tot een inleiding moet worden geadviseerd.

Tot slot

Heeft u na het lezen van deze folder nog vragen, aarzel dan niet die met uw gynaecoloog of verlos­kundige te bespreken.