Dunne darmonderzoek (dubbel ballon enteroscopie)

Uw arts heeft voorgesteld bij u een DBE (dubbel balon enteroscopie) te doen. Het slijmvlies (de binnenbekleding) van de dunne darm wordt met behulp van een endoscoop beke­ken en er worden foto’s gemaakt. Een endoscoop is een flexibele slang met een minicamera. Op deze endo­scoop zitten twee kleine ballonnetjes die afwisselend op­geblazen en leeg gelaten worden om zodoende steeds verder de dunne darm in te komen.

Bepaalde afwijkingen zoals ontstekingen, darmuitstul­pingen (divertikels) of poliepen kunnen hier­mee worden opgespoord. Ook kunnen er stukjes weef­sel worden wegge­nomen voor nader onderzoek, een poliep worden verwijderd of een bloeding worden gestopt.

Dit onderzoek kan op verschillende manieren plaats­vinden: via de mond of via de anus. De arts zal met u bespreken welke methode voor u het meest geschikt is.

Locatie

De endoscopieafdeling bevindt zich op de begane grond in het hoofdgebouw, route 43.

Hoe lang duurt het onderzoek?

Het onderzoek duurt ± 2 uur.
Na het onderzoek blijft u nog ± 1½ uur voor controle.

Voorbereiding thuis

Het onderzoek kan alleen worden uitgevoerd als de gehele dikke darm voldoende leeg en schoon is.
Daarom is het belangrijk dat u zich aan de volgende voor­schriften houdt.

Bij uw apotheek kunt u met uw recept Moviprep halen. Deze laxeerdrank zorgt ervoor dat u regelmatig naar het toilet moet. U kunt buikkrampen krijgen en de ontlasting zal dunner worden en uiteindelijk waterig zijn.

  • 3 dagen voor het onder­zoek stopt u met het eten van fruit met pitjes e.d. zoals druiven, kiwi en tomaat. Ook brood waarin hele pitten/zaden in verwerkt zijn, mag u tot na het onderzoek niet eten. Dit is om te voorkomen dat de endoscoop ver­stopt raakt tijdens het onderzoek.
  • 1 dag voor het onderzoek begint u met het laxeerschema dat hierna be­schreven staat.

Medicijnen

  • Gebruikt u bloedverdunners via de trombosedienst, dan moet u hiermee in de meeste gevallen een aantal dagen voor het onderzoek stoppen, en wordt bij fenprocoumon ook vitamine K gegeven. Op de dag van het onderzoek wordt bij de trombosedienst bij u nog een INR bepaald.
  • Daar wordt ook bepaald met welke dosering u weer start na het onderzoek. Als het goed is, is dit met u besproken. Zo niet, overleg dit met de arts die het onderzoek voor u heeft aangevraagd.
  • Gebruikt u Ascal, dan is dat meestal geen probleem. Gebruikt u Plavix (clopidogrel) of Efient (prasugrel) dan moeten deze meestal worden gestopt. Als het goed is, is dit met u besproken. Zo niet, overleg dit met de arts die het onderzoek voor u heeft aangevraagd.
  • Gebruikt u insuline of tabletten voor diabetes (suikerziekte), dan is, als het goed is, met u afgesproken welke dosering u moet nemen. Zo niet, overleg dit met de arts die het onderzoek voor u heeft aangevraagd.
  • Gebruikt u ijzertabletten voor bloedarmoede, dan moet u deze 7 dagen voor het onderzoek niet meer innemen.
  • De werking van de anticonceptiepil kan door het laxeren minder betrouwbaar zijn. Houdt u daar rekening mee.
  • Andere medicijnen die u gebruikt, mag u gewoon met water innemen. Let op dat u deze tenminste 1 uur voor het starten van de Moviprep inneemt of minstens 1 uur nadien u alle Moviprep op hebt. Dit om te voorkomen dat de medicijnen weggespoeld worden en daardoor hun werking verliezen.

Pacemaker en/of AICD

Heeft u een pacemaker of AICD, dan moeten er bepaalde voorzorgen worden genomen. Als het goed is, is dit met u besproken. Zo niet, wilt u dit dan ruim een week vóór het onderzoek melden aan de arts die het onderzoek aangevraagd heeft.

Hoe kunt u laxeren?

Gebruik de bijsluiter van Moviprep alléén voor het op­los­sen van het middel. Negeer verder deze bijsluiter en houdt u zich aan onze voorschriften. Ook kunt u de DVD hierover bekijken als u die heeft meegekregen.

Volg onderstaand schema!

Dag voor het onderzoek

- U mag tot 17.00 uur gewoon eten en drinken

- Tussen 17.00 – 18.00 uur neemt u een lichte of vloeibare maaltijd (bijv. beschuit, boterham, heldere soep). Daarna mag u, tot aan het onderzoek, niets meer eten. Wel helder vocht gebruiken*.

- Tussen 18.30 – 20.30 uur neemt u 1 liter Moviprep + ½ liter extra helder vocht* in onderstaande volgorde:

  • een glas Moviprep
  • een glas helder vocht *
  • een glas Moviprep
  • een glas helder vocht *
  • enzovoort.

- Vanaf 20.30 uur rustperiode! U mag nog steeds helder drinken nemen als u dit wilt.

* helder vocht = water, thee/koffie zonder melk, bouillon, helder vruchtensap zonder vruchtvlees, fris­drank.

Dag van het onderzoek

- Tussen 6.00 - 8.00 uur neemt u 1 liter Moviprep + ½ liter extra helder vocht* in onderstaande volgorde:

  • een glas Moviprep
  • een glas helder vocht *
  • een glas Moviprep
  • een glas helder vocht *
  • enzovoort.

- Vanaf 10 uur moet u nuchter blijven als het onderzoek via de mond plaats gaat vinden.

- Als het onderzoek via de anus gaat dan mag u tot 12 uur helder drinken nemen. Daarna drinkt u niets meer.

*Helder vocht = water, thee/koffie zonder melk, bouillon, helder vruchtensap zonder vruchtvlees en frisdrank.

Als u niet in staat bent te voldoen aan het laxeerschema, bijvoorbeeld omdat u moet braken, neem dan contact op met het ziekenhuis:

- op werkdagen tijdens kantooruren, telefoon (0528) 286 316 of 286 474

- ’s avonds/weekend telefoon (0528) 286 222 en vraagt u naar de verpleegkundige van de spoed­eisende hulp.

Meenemen

  • uw ponsplaatje (legitimatiebewijs als u een pons­plaatje moet laten maken)
  • medicijnen die u gebruikt, maar nog niet ingeno­men heeft
  • verschoning (voor de zekerheid)
  • telefoonnummer contactpersoon (vervoer)

Het onderzoek

De endoscopieverpleegkundige haalt u op, en neemt u mee naar de endoscopiekamer. Er wordt met u, en met diegene die u begeleidt, een tijdstip afgesproken waarop u naar huis mag. U kunt bij het observatorium opgehaald worden (route 36). Diegene die u ophaalt kan zich bij de receptie melden.
Op de endoscopiekamer aangekomen kunt u in de naastgelegen kleedruimte uw broek of rok uit doen, uw onderbroek kunt u nog aanhouden.

U gaat op uw rug op de onderzoekstafel liggen, u krijgt een laken over en u laat dan uw onderbroek tot over uw knieën zakken. Dit geldt ook als dit onderzoek via de mond plaats gaat vinden, er wordt namelijk lucht in uw darm geblazen en het onderzoek duurt vrij lang daardoor zult u winden gaan laten tijdens en na het onderzoek.
De verpleegkundige brengt bij u een infuusnaald in en zal belangrijke gegevens en vragen met u bespreken.

U krijgt een bloeddrukmeter en een vingerclip aangesloten, waarmee uw bloeddruk, hartslag en ademhaling in de gaten wordt gehouden. Ook krijgt u een zuurstofslangetje in uw neus.

Nadat u op uw linkerzij bent gaan liggen, krijgt u een rustgevend middel (roesje) via de infuusnaald ingespoten. Dit middel werkt onmiddellijk. U wordt hier ontspannen en slaperig van en het zorgt ervoor dat u zich weinig van het onderzoek kunt herinneren. Een roesje is echter geen narcose!
Eventueel krijgt u ook pijnstillers toegediend.
Een verpleegkundige zal bij u blijven en u behulpzaam zijn. Als het nodig is zal zij u steeds weer medicijnen geven via het infuus zodat dit langdurige onderzoek zo aangenaam mogelijk voor u zal verlopen.

Als het onderzoek via de mond gaat dan mogen er geen losse onderdelen in uw mond blijven zitten tijdens het onderzoek, denk hierbij aan een kunstgebit, plaatje of tongpiercing.
U krijgt een bijtring in de mond om de endoscoop te beschermen.
De arts brengt de endoscoop in uw mond en vraagt u om te slikken, dit geeft heel even een benauwd gevoel dat na het inbrengen snel afneemt. De luchtwegen blijven vrij zodat u rustig kunt ademhalen. De endoscoop gaat via uw slokdarm door de maag naar de dunne darm.

Anders zal de arts de endoscoop via de anus inbren-gen en door de dikke darm naar de dunne darm opvoeren. Bij beide methodes zal een tweede verpleegkundige hierbij assisteren. Het licht in de onderzoekskamer wordt gedimd.
Om de darm te ontplooien en een goed zicht te krijgen wordt er lucht ingeblazen. Dit kan krampen veroorzaken die u als pijnlijk kunt ervaren. Ook kan een gevoel van aandrang optreden. Geneert u zich niet om de ingeblazen lucht te laten ontsnappen. Dit lucht letterlijk op. Ook na het onderzoek kunt u hier tijdelijk last van hebben.

Op de tip van de endoscoop zit een ballonnetje en op de tube die over de endoscoop geplaatst is zit een ballonnetje, de arts kan deze onafhankelijk van elkaar steeds opblazen en leeg laten lopen. De darm schuift daardoor steeds verder over de endoscoop, en dit maakt dat het mogelijk om met een beperkte lengte van de endoscoop toch heel ver de dunne darm in te kunnen komen.

Zoals reeds in de inleiding vermeld is, kan de arts tijdens dit onderzoek u onmiddellijk behandelen. Denk hierbij aan het verwijderen van poliepen, het stelpen van kleine bloedinkjes, en het wegnemen van kleine stukjes weefsel. Dit is in de meeste gevallen een pijnloze behandeling.

Na het onderzoek

Na afloop van het onderzoek gaat u meestal naar het observatorium. Vanwege de toegediende medicijnen wordt u gedurende 1½ uur regelmatig gecontroleerd. Als u voldoende wakker bent, krijgt u eten en drinken aangeboden. Als u zich daarna goed voelt mag u naar huis.

Let op!

Na een roesje mag u diezelfde dag niet zelfstandig aan het verkeer deelnemen. Dit houdt in dat u niet mag autorijden en niet alleen mag fietsen of lopen. Lukt het niet om vervoer te regelen, dan kunt u natuurlijk ook - voor eigen rekening - een taxi (laten) bellen.
Het werken met machines en het nemen van belang­rijke beslissingen wordt afgeraden. Ook mag u geen alcoholische dranken nuttigen, omdat dit het rust­gevende middel kan versterken.

De uitslag van het onderzoek

De uitslag van het onderzoek krijgt u op de poli bij de aanvragende specialist of van de huisarts.

Gevolgen en risico’s van het onderzoek

Na het onderzoek kunt u nog een tijdje wat buikpijn hebben, meestal als gevolg van de ingeblazen lucht. Hoe sneller u de lucht kwijtraakt (winden laten), hoe eerder de pijn afneemt.
Als er stukjes weefsel of poliepen zijn weggenomen, dan kunt u de eerste tijd een beetje bloed verliezen via de anus. Dit is normaal.

Toch kunnen er in sommige gevallen complicaties optreden:
• Een enkele keer kan tijdens het onderzoek en met name, nadat een poliep is verwijderd een bloeding ontstaan. Meestal is het mogelijk om de bloeding tijdens het onderzoek te stoppen. Een enkele keer is een bloedtransfusie of operatie noodzakelijk. Het risico op een dergelijke bloeding is ongeveer 1 op 500.
• Zelden kan een gaatje (perforatie) in de darmwand ontstaan. De kans hierop is groter als de darmwand ernstig ontstoken of vernauwd is, als er uitstulpingen zijn of als er een poliep is verwijderd. De kans hierop is ongeveer 1 op 1000.

Als het onderzoek via de mond is gegaan, kan na het onderzoek uw keel enkele dagen geïrriteerd aanvoelen, dit gaat vanzelf over. U kunt eventueel gorgelen met lauw/warm zout water of gebruik keelpastilles.
Wanneer u binnen 24 uur ernstige pijnklachten, een nabloeding of koorts krijgt, dan kunt u op werkdagen tussen 08.00 en 16.30 uur contact opnemen met het secretariaat scopieplanning. Telefoon 06-42419374.

Mocht u thuis ernstige pijnklachten, nabloeding of koorts krijgen, dan kunt u het beste contact opnemen met uw huisarts(enpost). Meldt u dan dat u een dubbel ballon enteroscopie gehad heeft.