U heeft met uw arts besproken dat u binnenkort geopereerd moet worden vanwege borstkanker. Er zijn in principe twee soorten operaties mogelijk: een borstsparende behandeling of een borstamputatie. In uw geval adviseert uw arts een borstsparende behandeling of u heeft zelf hiervoor gekozen. De redenen daarvoor zijn met u besproken.
Onderzoeken voor de operatie
Soms zijn er voor de operatie nog verschillende onderzoeken nodig, bijv. een röntgenfoto van de longen. Ook is soms onderzoek door de cardioloog of de internist gewenst. De anesthesist (narcotiseur) zal dit met u bespreken op het anesthesiespreekuur. Ook wordt u dan verwacht voor een intake gesprek op de verpleegafdeling. In dit gesprek wordt u de gang van zaken rondom de opname en operatie uitgelegd.
Opname
Gewoonlijk worden vrouwen voor een borstsparende behandeling op de dag van de operatie opgenomen in het ziekenhuis. U wordt dan enkele uren voor het tijdstip van de operatie op de verpleegafdeling verwacht. Indien u dit wenst, is het mogelijk een dag voor de operatie te worden opgenomen.
Advies:
• neem een (liefst oudere) b.h. mee die goed en prettig zit, om als steun te dragen kort na de operatie.
De operatie
Voor de ingreep krijgt u operatiekleding aan. De verpleegkundige geeft u een rustgevende tablet. Deze medicatie die gegeven wordt voor de narcose noemt men ‘premedicatie’. Hierna wordt u naar de operatieafdeling gebracht. Daar dient de anesthesist de narcose toe en de chirurg voert de operatie uit. Het gezwel met een schil gezond weefsel en de lymfeklieren uit de oksel worden weggenomen en dit weefsel wordt opgestuurd voor microscopisch onderzoek. De duur van de operatie varieert van één tot enkele uren; het bijkomen op de uitslaapkamer ook. Daarna gaat u terug naar de afdeling.
Direct na de operatie
Zodra de operatie achter de rug is, kan uw familie telefonisch informeren naar uw toestand op dat moment. Over de precieze uitslag van het weefselonderzoek is dan nog niets te zeggen.
Na de operatie zult u wondpijn hebben. Ook kunt u misselijk zijn als gevolg van de narcose. U kunt van de verpleegkundige pijnstillers en/of medicijnen tegen de misselijkheid krijgen.
U kunt een heel dun slangetje in uw neus hebben voor extra zuurstof. Dit kan er meestal na enkele uren weer uit. In uw arm zit een infuus waardoor vocht wordt toegediend. Het infuus blijft minstens een dag zitten.
In de wond kunnen één of twee slangetjes (drains) zitten die vocht uit de wond afvoeren. Ze blijven aan aantal dagen zitten en worden op advies van de chirurg verwijderd.
Wanneer is borstsparende behandeling mogelijk?
Borstsparende behandeling is alleen mogelijk als het gezwel (in verhouding tot de totale borst gemeten):
• niet te groot is
• niet op meer dan één plaats aanwezig is
• niet te grillig of onvoorspelbaar groeit
• niet op een ongunstige plaats zit.
Overigens moet wel vermeld worden dat de mogelijkheid bestaat dat na de borstsparende operatie alsnog een amputatie moet volgen. Dit is dan het gevolg van de uitslag van het weefselonderzoek.
De keuze borstsparend of borstamputatie
Als u voor borstsparende behandeling in aanmerking komt, dan blijft het toch ook mogelijk om te kiezen voor een amputatie. Uw wens geeft in dit geval de doorslag.
Als uw chirurg u voor deze keuze stelt, dan maakt het voor het verloop van uw ziekte niet uit welke behandeling u kiest.
Enkele punten ter overweging:
• Bij een borstsparende behandeling moet na de operatie altijd standaard een bestralingskuur van ongeveer 8 weken volgen. Na een amputatie is radiotherapie niet standaard. (Afhankelijk van de omstandigheden kan bestraling als nabehandeling soms wel nodig blijken.)
• Het resultaat van een borstsparende behandeling is niet altijd even mooi; ook kunnen de vorm, de kleur en de consistentie (de manier waarop de borst aanvoelt) veranderen door de bestraling.
• Voor vrouwen met vrij zware borsten kan een borst-sparende operatie beter zijn, omdat de symmetrie van het lichaam beter bewaard blijft.
Door het verschil in gewicht tussen links en rechts kunnen schouder- en nekklachten optreden.
• Neem de tijd voor het nemen van een beslissing en laat u goed informeren over de keuze. Zie hiervoor ook de adressen achterin deze folder.
Wat houdt de behandeling in?
Bij een borstsparende operatie verwijdert de chirurg alleen het gezwel en een schil omringend gezond weefsel uit de borst.
Tevens worden soms ook de okselklieren aan de geopereerde zijde verwijderd (dit noemt men okselklier-toilet). Dit wordt gedaan om te onderzoeken of er in de lymfeklieren eventueel kankercellen zitten. Meestal gebeurt dit via een aparte incisie (snede).
Na de operatie wordt u bestraald in de Isalaklinieken (lokatie Sophia) in Zwolle. Dit hoort standaard bij de borstsparende behandeling.
Wat kunnen de gevolgen zijn?
a. wanneer er geen of alleen de schildwachtklier wordt verwijderd:
Over het algemeen treden er weinig klachten op na deze operatie, behalve natuurlijk de “gewone” wondpijn. De arm kunt u normaal bewegen.
b. wanneer de okselklieren worden verwijderd:
Doordat er tijdens de operatie vaak bepaalde zenuwen worden beschadigd, is vaak een doof of pijnlijk gevoel bij de wond of de bovenarm het gevolg. Met name het dove gevoel kan blijvend zijn. Wel zal de ernst ervan afnemen na verloop van tijd. Door het wegnemen van de okselklieren kan lymfoedeem ontstaan. Dit houdt in dat de arm lymfevocht onvoldoende kan afvoeren en daardoor dik wordt. Bij de huidige operatie- en behandelingstechnieken is de kans op het ontstaan van lymfoedeem overigens minder groot dan vroeger.
Er zijn oefeningen en leefregels die kunnen helpen lymfoedeem te voorkomen. Meer informatie hierover krijgt u op de verpleegafdeling.
Pilgebruik
Als u de pil gebruikt, moet u daarmee stoppen. Vrijen met een condoom is een goed alternatief.
Bericht van opname
Zodra er plaats is, krijgt u telefonisch bericht van de afdeling opname. Dan wordt de datum en tijdstip van de opname met u afgesproken. Ongeveer een week voor deze datum krijgt u een afspraak voor de narcotiseur en het intake gesprek.
Fysiotherapie
Na de operatie is het belangrijk dat uw schouder en arm goed beweeglijk blijven.
De fysiotherapeut oefent met u en leert u oefeningen aan om de schouder- en armfunctie zo snel en optimaal mogelijk te herstellen. Hij/zij zal, afhankelijk van de duur van de opname, enkele malen bij u langs¬komen. Indien nodig of wenselijk, kan de fysiotherapeut u na ontslag poliklinisch terugzien.
U kunt een aantal oefeningen doen vanaf de 1e dag na operatie. De oefeningen hebben feitelijk twee doelen:
- de beweeglijkheid van de schouder te bevorderen
- het risico op het ontstaan van lymfoedeem te verkleinen (in geval van een okselkliertoilet)
Adviezen
• Zolang de drains nog aanwezig zijn, mag de arm niet verder dan 90° geheven worden. Daarna mag u de beweging opvoeren naar maximaal.
• U hoeft niet bang te zijn dat door de oefeningen de wond open gaat of de hechtingen loslaten, zolang u binnen de pijngrens blijft.
• U kunt de oefeningen liggend, zittend of staand doen.
• Voer de oefeningen elke dag drie tot vier keer uit, totdat u uw arm weer kunt bewegen als voor de operatie.
• Begin met elke oefening 5 keer te doen en voer dit langzaam op naar 10 keer.
• Adem tijdens de oefeningen goed door, let erop dat u de adem niet vasthoudt.
• Houdt uw rug recht tijdens de oefeningen, strek uzelf uit.
• Let op dat u tijdens de oefeningen niet met de armen gaat veren.
De fysiotherapeut zal deze oefeningen met u door-nemen. Als u niet zeker bent of u de oefeningen goed uitvoert of als u vragen heeft over de oefeningen dan kunt u die het beste stellen aan de fysiotherapeut.
Oefeningen voor de schouder.
1. Armen voorwaarts omhoog.
2. Armen zijwaarts omhoog.
3 Ellebogen in de zij,
onderarmen naar buiten.
4 Ellebogen recht naar achteren bewegen.
5. Handen op de rug,
richting de schouderbladen.
6. Rondjes draaien met de schouders.
Naar voren en naar achteren
7. Handen tegen de oren,
ellebogen naar achteren.
(pas als de drain uit is)
8. Voor thuis;
Ga een halve meter van de muur staan
en loop met de vingers over de muur omhoog
Wanneer u weer thuis bent
Thuis is het belangrijk dat u uw arm weer overal bij inschakelt, tenzij iets heel zwaar is (bijv. boodschappen) of wanneer u lang achter elkaar dezelfde beweging maakt (handwerken, typen, etc.). Begin voorzichtig weer met allerlei activiteiten en voer dit langzaam op.
Het is belangrijk dat u de oefeningen in ieder geval dagelijks doet totdat u uw arm weer kunt bewegen als voor de operatie. Ook nadien kunt u ze blijven doen zodra u merkt dat het nodig is.
Zorg dat u uw arm ook goed kunt ontspannen!!
Voorbereiding voor de operatie
U moet nuchter zijn als u geopereerd wordt. Dat houdt in dat u vanaf middernacht niets meer mag eten of drinken. Medicijnen kunt u innemen met een slokje water. Als u de avond tevoren bent opgenomen en slaapproblemen hebt, krijgt u een slaaptablet of kunt u hierom vragen.
Dit gaat in overleg met de anesthesist. Wilt u zich op de dag van de operatie thuis douchen voordat u naar het ziekenhuis komt?
Ook kunt u thuis alvast uw oksel (en eventuele omgeving) scheren. Eventueel kan dit ook door de verpleegkundige worden gedaan.
Enkele dagen na de operatie
Na ongeveer twee dagen wordt het verband verwisseld en enkele dagen na de operatie zult u onder begeleiding van een verpleegkundige de wond bekijken. Hierbij kan een naaste aanwezig zijn. U kunt dit afspreken met de verpleegkundige.
De uitslag van het weefselonderzoek
Gewoonlijk is de uitslag van het weefselonderzoek bin-nen vijf tot zeven dagen bekend. U hoort deze uitslag van de chirurg. De chirurg zal met u bespreken of u, behalve de standaard bestralingsbehandeling, ook nog een andere nabehandeling nodig hebt. Dit hangt af van de uitslag van het weefselonderzoek.
Als u nog in het ziekenhuis bent, bespreekt de chirurg de uitslag met u op de verpleegafdeling. Het is de gewoonte dat voor dit gesprek een afspraak wordt gemaakt, zodat ook een verpleegkundige en een naaste van u aanwezig kunnen zijn.
Als u al weer thuis bent wanneer de uitslag bekend is, bespreekt de chirurg deze met u wanneer u terugkomt op de polikliniek. Het is aan te raden om bij dit gesprek een naaste mee te nemen.
De bestraling
Na een borstsparende operatie moet u, zoals gezegd, in ieder geval een bestralingskuur volgen. Dit houdt in dat u 25 keer op de gehele borst wordt bestraald en 10 keer op de plaats waar de borstkanker heeft gezeten.
De nabehandeling
Daarnaast kan het zijn dat een andere nabehandeling nodig is, bijv. chemotherapie, hormonale therapie of een combinatie hiervan.
Wat in uw geval medisch gezien de beste behandeling is, wordt niet door uw chirurg alleen bepaald. Uw situatie wordt mede beoordeeld door een team van consulenten (adviseurs) van het Integraal Kankercentrum Noord-Nederland (IKN).
Controlebezoek op de polikliniek
Bij uw ontslag krijgt u een afspraak mee voor de polikliniek. Daar controleert de chirurg de wond en verwijdert zonodig de hechtingen. Als dit nog niet gebeurd is, dan bespreekt de chirurg ook de uitslag van het weefselonderzoek. Daarna komt u ook bij de oncologieverpleegkundige.
Het kan voorkomen dat zich na de operatie wondvocht ophoopt in de oksel, waardoor een verdikking ontstaat (seroomvorming). Dit is op zichzelf onschuldig.
De chirurg kan het teveel aan vocht weghalen met een naald. Dit is meestal niet erg pijnlijk omdat een bepaalde zenuw bij de operatie is doorgesneden.
Soms moet deze behandeling een aantal keren worden herhaald, maar op den duur verdwijnt het vocht volledig.
De chirurg maakt met u een vervolgafspraak. Ook is het mogelijk zelf telefonisch contact op te nemen
Verdere begeleiding
De oncologieverpleegkundige maakt ook een vervolg-afspraak met u. Zij kijkt dan naar de wond en zal u verder informeren. Ook zal zij de omtrek van uw armen opmeten. Verder kunt u met haar uw ervaringen bespreken en kan zij u praktisch adviseren. Tevens houdt zij zonodig contact met de thuiszorg.
Hulp en informatie
Voor meer informatie en advies kunt u ook terecht bij:
• De Hulp en Informatielijn van de Nederlandse Kankerbestrijding (KWF)
Tel: 0800 0226622.
Telefonisch spreekuur maandag t/m vrijdag van 10.00 tot 12.30 en van 13.30 tot 16.00 uur.
• Borstkanker Vereniging Nederland (BVN)
Telefoonnummer via oncologieverpleegkundige.