Borstsparende behandeling

U heeft met uw arts besproken dat u binnenkort geopereerd wordt omdat u borstkanker heeft. Er zijn twee operatiemogelijkheden:

De chirurg vertelt u voor welke operatie u in aanmerking komt. Als voor u beide operaties mogelijk zijn, dan kunt u zelf een keuze maken. Het is belangrijk om hiervoor de tijd te nemen. De oncologieverpleegkundige kan u hierbij ondersteunen en adviseren. Voor het verloop van uw ziekte maakt het niet uit voor welke operatie u kiest. Of u borstsparend geopereerd kunt worden, hangt af van een aantal factoren:

  • de grootte van de tumor;
  • één of meerdere tumoren in de borst;
  • aard van de tumor;
  • uw familiegeschiedenis.

Na deze operatie volgt altijd bestraling van ongeveer vijf tot zeven weken.

Topzorg

Voor de behandeling van borstkanker heeft Ziekenhuis Bethesda een TopZorg-predicaat ontvangen van zorgverzekeraar Menzis.

Opname

Meestal wordt u op de dag van de operatie opgenomen. Voor de opname krijgt u een afspraak voor een intakegesprek met de anesthesioloog. Als er geen complicaties zijn, mag u de volgende dag of na twee dagen weer naar huis.

Adviezen:

  • Neem een goed passende beha (bij voorkeur zonder beugel) mee. Deze kunt u kort na de operatie dragen en geeft steun aan uw borst.
  • Als u de pil gebruikt, moet u hiermee stoppen. Als u een hormoonspiraal heeft, bespreekt u dit dan al voor de operatie met de chirurg of oncologieverpleegkundige. Meestal kan een hormoonspiraal blijven zitten.

Voorbereidende onderzoeken

Voor de operatie zijn twee voorbereidende onderzoeken nodig, namelijk:

  • schildwachtklierprocedure;
  • tumorlokalisatie.

Schildwachtklierprocedure

Bij een operatie bij borstkanker wordt altijd onderzocht of er eventuele uitzaaiingen in de okselklieren zijn. Dit onderzoek wordt gedaan met de zogenoemde schildwachtklierprocedure.

Onderzoek heeft aangetoond dat uitzaaiende tumorcellen vanuit de borst eerst in één bepaalde lymfeklier (de schildwachtklier) terechtkomen. Vanuit deze klier kunnen tumorcellen uitgroeien en zich verder verspreiden.

Wanneer geen schildwachtklierprocedure?

Als voor de operatie door middel van een punctie uitzaaiingen in de oksel zijn gevonden, worden alle okselklieren verwijderd.

Opsporen van de schildwachtklier

De schildwachtklier bevindt zich meestal in de oksel, een enkele keer naast het borstbeen of in de borst. Soms is er meer dan één schildwachtklier aanwezig. Om te kunnen bepalen waar de schildwachtklier precies zit, moet deze voor de operatie worden opgespoord.Dit onderzoek gebeurt op de dag voor de operatie of op de ochtend van de operatie. U krijgt hiervoor een afspraak op de afdeling Nucleaire geneeskunde.

Met een injectie in de borst wordt een kleine hoeveelheid radioactieve vloeistof rond de tumor ingespoten. Deze vloeistof verplaatst zich via het lymfevocht naar de schildwachtklier. De straling is uiterst gering en niet schadelijk voor uw gezondheid of uw omgeving.

Na het toedienen van de injectie kunt u weer terug naar de verpleegafdeling (of naar huis als dit een dag voor de operatie plaatsvindt). Enkele uren na de injectie wordt een scan gemaakt om de schildwachtklier op te sporen. Deze plaats wordt met een viltstift op uw huid gemarkeerd en moet tot de operatie zichtbaar blijven. Er bestaat een heel kleine kans dat het niet lukt om de schildwachtklier op te sporen. Als dit bij u het geval is, worden alle okselklieren bij de operatie verwijderd.

Weghalen van de schildwachtklier

Aan het begin van de operatie spuit de chirurg een kleine hoeveelheid blauwe kleurstof rondom de tumor in de borst. Deze kleurstof vloeit naar de schildwachtklier en is hierdoor gemakkelijk te herkennen. Hierna kan de schildwachtklier worden verwijderd. Vervolgens vindt de eigenlijke borstoperatie plaats. Door de blauwe kleurstof kunnen de huid en de urine korte tijd na de operatie blauw van kleur zijn. Dit is onschuldig en verdwijnt binnen enkele uren.

Tumorlokalisatie

Als de tumor niet goed voelbaar is, moet deze voor de operatie zichtbaar worden gemaakt. Hiervoor wordt op de plaats van de tumor een metalen draadje ingebracht. Dit onderzoek wordt ’s ochtends voor de operatie of de dag ervoor gedaan. Dit wordt met behulp van echo- of met röntgenapparatuur gedaan. U krijgt hiervoor een afspraak op de röntgenafdeling.

Lokalisatie met behulp van echo

  • Tijdens het onderzoek ligt u met de arm van de te opereren zijde boven het hoofd.
  • De laborant maakt een echo om de afwijking in beeld te brengen en de plaats te bepalen.
  • Daarna prikt de arts de plaats van de afwijking aan.
  • Als blijkt dat het de juiste plek is, wordt de naald verwijderd en blijft een draadje achter in de borst. Het draadje wordt met een pleister vastgeplakt.
  • Ter controle worden nog twee foto’s van de borst (mammogram) gemaakt.

Lokalisatie met behulp van röntgen

  • Tijdens het onderzoek zit u op een stoel.
  • Er wordt een foto gemaakt van de borst (mammogram), zodat de plaats van de afwijking precies bepaald kan worden. De borst blijft gedurende het ontwikkelen van de foto en het aanprikken van de afwijking vastgeklemd zitten. Dit vastklemmen is iets minder stevig dan tijdens de eerdere foto’s die gemaakt zijn. Gedurende het onderzoek blijft er de hele tijd een laborante bij u, u zit dus nooit alleen in de kamer.
  • Nadat de plaats van de afwijking is bepaald, prikt de arts de plek aan met de naald.
  • Er worden enkele foto’s gemaakt, waarbij de borst vastgeklemd wordt. Pas wanneer blijkt dat de naald en het metalen draadje goed zitten, wordt de naald verwijderd en blijft het draadje achter in de borst. Het draadje wordt goed vastgeplakt.
  • Ter controle worden soms nog twee foto’s van de borst gemaakt

Let op dat de vastgeplakte draadjes niet loslaten en wees voorzichtig met bewegen.

De operatie

Meestal duurt de operatie ruim een uur. Na het verwijderen van de schildwachtklier wordt de tumor met een ruim gedeelte gezond weefsel verwijderd. De tumor en de schildwachtklier worden voor onderzoek opgestuurd naar het pathologisch laboratorium. Het duurt ongeveer zeven dagen tot de uitslag bekend is.

Na de operatie gaat u eerst naar de uitslaapkamer, en daarna naar de verpleegafdeling. De chirurg belt met uw contactpersoon om (kort) te vertellen hoe de operatie is verlopen.Na de operatie kunt u wondpijn hebben. Ook kunt u als gevolg van de narcose misselijk zijn. Zo nodig krijgt u pijnstillers en/of medicatie tegen de misselijkheid.

De wond

De wond wordt afgedekt met een pleister. De wond wordt de ochtend na de operatie geïnspecteerd en de pleister verwisseld. Als u zelf nog niet naar de wond wilt kijken, kunt u dit aangeven aan de verpleegkundige. Het is ook mogelijk om dit de eerste keer samen met een naaste op een later moment te doen. Bespreek dit met de verpleegkundige.

Soms wordt een drain geplaatst om overtollig wondvocht af te voeren. Hoe lang deze drain moet blijven zitten hangt af van de hoeveelheid vocht die wordt geproduceerd. Als bij ontslag de drain nog moet blijven zitten, kunt u eventueel hulp krijgen van de thuiszorg. Bespreek dit met de verpleegkundige. Voor ontslag krijgt u adviezen mee voor de wondverzorging en zo nodig voor de verzorging van de drain.

Seroomvorming

In het wondgebied kan zich na de operatie overtollig wondvocht ophopen. Dit is onschuldig en noemen we seroomvorming. Er is dan meestal een duidelijke zwelling zichtbaar, en dit kan een gespannen gevoel geven. Meestal verdwijnt dit vanzelf. Soms moet seroom via een prik worden weggezogen. Dit is meestal niet pijnlijk omdat de zenuwen (nog) niet optimaal werken na de operatie.

Wondcontrole en uitslag van het weefselonderzoek

Als u met ontslag gaat, krijgt u een afspraak mee voor de chirurg voor de wondcontrole en de weefseluitslag. Deze afspraak is ongeveer zeven tot tien dagen na de operatie. Wij raden u aan om dan een naaste mee te nemen. Bij dit gesprek is ook de oncologieverpleegkundige aanwezig.

Afhankelijk van de uitslag van het weefselonderzoek, hoort u of u naast de standaard bestralingsbehandeling ook nog een andere nabehandeling nodig heeft. Soms is de uitslag van het weefselonderzoek nog niet compleet of moet het beleid nog worden besproken in het multidisciplinair team. Zodra de ontbrekende informatie bekend is, wordt u hierover geïnformeerd door de chirurg of de oncologieverpleegkundige.

Nabehandeling

Na deze operatie wordt u bestraald in de Isala klinieken in Zwolle. U krijgt hiervoor een afspraak bij de radiotherapeut. De bestraling start meestal binnen vier weken na de operatie. Maar dit hangt af van de wondgenezing en of er eventueel nog andere nabehandeling noodzakelijk is. De oncologieverpleegkundige informeert u hierover.

Behalve bestraling, kan het zijn dat u meer nabehandeling nodig heeft. Dit kan bijvoorbeeld chemotherapie, hormonale therapie, immunotherapie of een combinatie hiervan zijn. Wat in uw geval medisch gezien de beste behandeling is, wordt mede beoordeeld door een team van consulenten (adviseurs) van het Integraal Kankercentrum Nederland (IKNL).

Als u voor één van de genoemde nabehandelingen in aanmerking komt, verwijst de chirurg u door. Van de oncologieverpleegkundige krijgt u hierover aanvullende en praktische informatie.

Verdere begeleiding

Als u weer thuis bent, belt de oncologieverpleegkundige u om te informeren hoe het met u gaat. Haar begeleiding hangt af van de nabehandeling en uw eigen behoefte. De oncologieverpleegkundige blijft beschikbaar voor vragen en advies.

Hulp en informatie

Voor meer informatie en advies kunt u ook terecht bij:

Voor de behandeling van borstkanker heeft Ziekenhuis Bethesda een TopZorg-predicaat ontvangen