Bij een beenmergpunctie worden cellen van het beenmerg weggenomen voor nader onderzoek. Dit gebeurt, na verdoving, uit de achterzijde van uw bekkenkam.
Doel van het onderzoek
Met een beenmergonderzoek wordt bekeken hoe de aanmaak van bloedcellen is en of er afwijkende bloedcellen zijn. Met behulp van een naald wordt beenmerg opgezogen en een klein stukje bot weggenomen.
Zowel het beenmerg als het stukje bot wordt in een laboratorium onderzocht.
Voorbereiding
Er is voor dit onderzoek geen speciale voorbereiding nodig. U mag dus vooraf gewoon eten en drinken.
Ook kunt u over het algemeen bloedverdunnende medicijnen doorgebruiken. Wel is het raadzaam het gebruik van deze middelen van te voren te melden.
Verloop van het onderzoek
Als u er prijs op stelt dat er een familielid of een kennis bij het onderzoek aanwezig is, overlegt u dit dan met de verpleegkundige of de arts.
U wordt gevraagd om uw broek (of rok) uit te doen waarbij het ondergoed aan kan blijven.
Vervolgens gaat u op uw linkerzij op de onderzoektafel liggen, met de knieën iets opgetrokken en de rug gebogen (‘foetus-houding’). De huid en het onderliggende botvlies ter hoogte van de bekkenkam wordt verdoofd met een injectie. Dit kan een branderig gevoel geven. Vervolgens prikt de arts met een holle naald in het bot van het bekken en neemt een stukje bot weg en wordt wat beenmerg opgezogen. Het wegzuigen van beenmerg kan even een pijnlijke scheut door uw bilstreek/been veroorzaken.
Hierna wordt het wondje met een steriel gaasje verbonden. Om nabloeden te voorkomen, blijft u ± 15 minuten op uw rug liggen met een zandzakje of een opgerolde handdoek op de plek van de punctie. Na het onderzoek kunt u, ondanks de verdoving, toch tijdelijk pijnklachten hebben.
Het onderzoek duurt ongeveer 20 tot 30 minuten.
U kunt na het onderzoek zelfstandig naar huis.
Bijwerkingen
U kunt gedurende 1 tot 3 dagen een ‘gekneusd gevoel’ hebben in de bekkenstreek. Hiervoor kunt u een pijnstiller nemen (bijvoorbeeld Paracetamol).
Een (geringe) nabloeding kunt u stelpen door lokaal druk uit te oefenen met behulp van een opgevouwen theedoek, die u bij het zitten plaatst tussen de prikplek en de rugleuning van een stevige stoel. Bij koorts of blijvend bloed verlies neemt u onmiddellijk contact op.