stuur dit artikel door

De gegevens die u op dit formulier invult, zullen niet voor andere doeleinden worden gebruikt dan voor het eenmalig versturen van onderstaande e-mail.

  1. *
  2. *
  3. *
  4. *

De volgende e-mail zal worden verstuurd:

Beste <naam ontvanger>,

<uw eigen naam> wil u op een artikel van de website Ziekenhuis Bethesda Hoogeveen atttenderen: VAP: totaal implanteerbaar toedieningssysteem. hieronder vindt u een korte introductie over dit artikel.

Voor uw behandeling is het nodig dat u medicijnen via de bloedvaten krijgt toegediend. Door een aantal medicijnen kunnen uw bloedvaten schade ondervinden. Hierdoor is het mogelijk dat het steeds moeilijker wordt een bloedvat aan te prikken. Om dit te voorkomen, wordt bij u een Venous Access Port (VAP) geplaatst; een systeem waardoor u uw medicijnen op een eenvoudige en veilige manier...

als u meer wilt lezen, bekijk het volledige artikel dan op de website via de volgende directe link: VAP: totaal implanteerbaar toedieningssysteem.

vriendelijke groeten,

Ziekenhuis Bethesda Hoogeveen

VAP: totaal implanteerbaar toedieningssysteem

Voor uw behandeling is het nodig dat u medicijnen via de bloedvaten krijgt toegediend. Door een aantal medicijnen kunnen uw bloedvaten schade ondervinden. Hierdoor is het mogelijk dat het steeds moeilijker wordt een bloedvat aan te prikken. Om dit te voorkomen, wordt bij u een Venous Access Port (VAP) geplaatst; een systeem waardoor u uw medicijnen op een eenvoudige en veilige manier toegediend kunt krijgen. Het voordeel van dit systeem is dat het aanprikken niet kan mislukken en er geen bloedvaten worden beschadigd.

Wat is een VAP

Een VAP bestaat uit een kunststof slangetje (katheter) met daaraan vast een schijfvormig reservoir met een siliconen dop. De katheter wordt geplaatst in een groot bloedvat in de borstholte en het reservoir ligt onder de huid van de borst.

Tijdens en na het inbrengen van de VAP

Gang van zaken

Het plaatsen van een VAP gebeurt door middel van een operatie, die op twee manieren kan plaatsvinden, namelijk met plaatselijke verdoving of onder een lichte narcose. De chirurg of anesthesist bepaalt in overleg met u welke verdoving wordt gebruikt. In beide gevallen wordt u een dag en eventueel een nacht opgenomen.

  • Plaatselijke verdoving
    Wanneer de VAP onder plaatselijke verdoving wordt ingebracht, krijgt u van tevoren een pijnstillend medicijn. Dit kan bestaan uit twee tabletten paracetamol of een zetpil. Ook krijgt u een rustgevend middel toegediend (een tabletje of een injectie). Tijdens de operatie voelt u dat de chirurg bezig is, maar waarschijnlijk merkt u er verder weinig van. Wanneer u toch nog wat pijn ervaart, moet u dit aan de chirurg zeggen.
     
  • Narcose
    Door de narcose merkt u niets van de ingreep.

Het plaatsen van de VAP duurt een half uur tot een uur. Voor het inbrengen worden twee sneetjes gemaakt. Eén onder het sleutelbeen voor het inbrengen van de katheter in het bloedvat en één voor het plaatsen van het reservoir, ongeveer 10 cm onder de eerste snede. Het uiteinde van de katheter wordt vastgemaakt aan het reservoir. Het geheel wordt volledig onder de huid geplaatst.

Na de operatie wordt een borstfoto gemaakt om te kijken of de katheter op de juiste plaats ligt. Wanneer de foto beoordeeld is door de chirurg mag de VAP gebruikt worden.

De wondjes worden afgedekt met een gaasje of doorzichtig verband. U ziet dan, behalve de hechtingen, een kleine verhoging onder de huid. De wondjes kunnen de eerste dagen gevoelig en licht gezwollen zijn.
Het gaasje of doorzichtig verband moet u laten zitten tot de tweede dag na de plaatsing. U mag daarna douchen zonder zeep. Met in bad gaan moet u wachten tot 10 dagen na de plaatsing.

Er kunnen hechtingen gebruikt worden die zelfoplosbaar zijn of hechtingen die verwijderd moeten worden. Voor het verwijderen van de hechtingen kunt u een afspraak maken.

Pijnmedicatie

Nadat de VAP is ingebracht, kunt u het beste de twee eerste dagen elke 8 uur 2 tabletten (= 3 x daags) paracetamol innemen. Zo voorkomt u, dat u last gaat krijgen van het wondje en/of uw schouder.

Wanneer u zich de eerste twee dagen na het plaatsen van de VAP benauwd of kortademig voelt, moet u zich direct melden op de spoedeisende hulp.

Mogelijke complicaties

Na het inbrengen van de VAP bestaat er een zeer kleine kans op complicaties.

  • Een enkele keer wordt door het inbrengen de long aangeprikt, met als gevolg een (kleine) klaplong. Meestal hoeft dit niet behandeld te worden, het herstelt vanzelf.
  • Trombose (bloedpropjes) rond de VAP treedt zelden op.
  • Ook kan heel soms het reservoir van de VAP kantelen, daardoor deze niet meer aangeprikt kan worden.
  • De VAP kan geïnfecteerd raken. Dan is het misschien noodzakelijk om de VAP te verwijderen.

Activiteiten

Omdat de VAP onder de huid ligt, wordt u niet in uw dagelijkse activiteiten belemmerd. U kunt aan alle sporten meedoen. Ook zwemmen en douchen is mogelijk. Alleen wanneer de VAP is aangesloten, is zwemmen, douchen en sporten niet toegestaan.
Probeer de eerste dagen na het plaatsen van de VAP zware inspanningen te vermijden.

Het gebruik van de VAP

Het toedienen van de medicijnen, ook wel “aansluiten” genoemd, moet zo schoon mogelijk gebeuren. De verpleegkundige of arts prikt met een naald door de huid rechtstreeks in het reservoir. Daarna worden de medicijnen toegediend. Via het reservoir en de katheter stromen de medicijnen de bloedbaan in. Mocht u gedurende meerdere dagen achtereen medicijnen nodig hebben, dan kan dezelfde naald maximaal een week blijven zitten.
De naald wordt verwijderd nadat de medicijnen zijn toegediend. Er wordt een pleister geplakt op de plaats waar geprikt is. Deze pleister kunt u de volgende dag verwijderen.

De VAP moet minimaal één keer per 4 weken worden “doorgespoten”. Er wordt dan een zgn. heparineslot achtergelaten. Dit slot voorkomt dat de katheter verstopt raakt.
U kunt een afspraak voor “doorspuiten” maken bij de secretaresse van de MDOC.
De periode van 4 weken is niet stipt, enkele dagen eerder of later is geen probleem. U kunt het doorspuiten zoveel mogelijk samen laten vallen met eventuele controlebezoeken op de polikliniek.

De VAP kan in principe jaren blijven zitten. Wanneer u de VAP niet meer nodig heeft, kan de chirurg deze verwijderen. Dit gebeurt meestal onder plaatselijke verdoving op de operatieafdeling. Hiervoor wordt u enkele uren opgenomen op de Kort Verblijf Afdeling.

Bloedafnames

Behalve voor het toedienen van medicijnen kan de VAP ook gebruikt worden voor bloedafnames.
U kunt hiervoor een afspraak maken op afdeling 6 MDOC. U wordt gevraagd zelf de buisjes voor de bloedafname op te halen bij het laboratorium en mee te nemen naar afdeling 6.
Helaas lukt het niet altijd om bloed af te nemen via de VAP.
Wanneer alleen een zogenaamd “bloedbeeldje” geprikt moet worden, kan u dit via een vingerprik op het laboratorium laten doen.

Toediening van röntgencontrast

Soms is het mogelijk de VAP te gebruiken wanneer een röntgenonderzoek moet plaatsvinden waarbij een contrastmiddel wordt gebruikt.
Dit is niet altijd mogelijk. Meldt u bij het maken van de afspraak dat u een VAP heeft, zodat de radioloog kan bepalen of de VAP gebruikt kan worden.
Voor het aanprikken en afsluiten moet een afspraak gemaakt. U kunt hiervoor zelf contact opnemen.

Wanneer bellen?

  • Wanneer u benauwdheidsklachten heeft na het inbrengen van de VAP, dan moet u direct contact opnemen
  • Ook wanneer het gebied rond het reservoir rood, warm en pijnlijk is moet u bellen
  • Wanneer u binnen twee dagen na het plaatsen van de VAP koorts krijgt moet u ook contact opnemen
  • Lichte zwelling door ophoping van wondvocht is de eerste dagen na het inbrengen normaal.