Bij u is onlangs een niersteen* geconstateerd.
Nadat een steen is uitgeplast of door de uroloog is verwijderd, blijven er vaak onbeantwoorde vragen, zoals
- hoe komt het dat ik een steen kreeg?
- hoe groot is de kans dat ik nog eens een steen krijg?
- hoe kan ik voorkomen dat zich een nieuwe steen vormt?
Hier proberen wij hierop algemene antwoorden te geven. Uiteraard kunt u in het gesprek met de arts uw persoonlijke vragen stellen.
* de informatie geldt ook voor stenen die in de
urineleider voorkomen.
Oorzaken van nierstenen
De meeste nierstenen bevatten calcium-oxalaat en ontstaan ten gevolge van een te ‘rijk’ dieet. Het voedsel van de gemiddelde Nederlander bevat te veel dierlijk eiwit en zout. Dat zorgt er voor dat onze urine onder andere te zout en te zuur is en dat onze nieren te veel kalk (calcium) en urinezuur uitplassen. Al deze factoren samen maken dat steenvormende zouten makkelijker in de urine neerslaan.
Ook kunnen nierstenen ontstaan door urineweginfecties en zijn er enkele (aangeboren) ziekten die nierstenen veroorzaken, zoals hyperparathyreoïdie, cystinurine, primaire hyperoxaal-urine of medullaire sponsnieren.
Hoe komt het dat u een niersteen kreeg?
Nadat de niersteen is weggehaald, wordt deze onderzocht. Bijzondere steensoorten hebben meestal ook een bijzondere oorzaak. Wanneer dit bij u het geval is, dan zal de uroloog dit met u bespreken.
Meestal bestaat een niersteen vooral uit calcium-oxalaat. De oorzaak hiervan is meestal een combinatie van factoren, zoals bijvoorbeeld:
- familiaire belasting. Het komt vaak voor dat meerdere mensen in één familie nierstenen krijgen. Dit kan wijzen op een urinesamenstelling dat te weinig of niet goed functionerende eiwitten en/of zuren bevat.
- (te) weinig drinken.
- bepaalde abnormale eetgewoonten.
Hoe groot is de kans dat u nog eens een steen krijgt?
Hoe groot de kans is dat u opnieuw een niersteen krijgt, hangt af van de samenstelling van de steen en de onderliggende oorzaak.
Wanneer u familiair belast bent, is de kans vrij groot dat u nog eens last van een niersteen zult krijgen.
Als u een “gewone” calcium-oxalaat steen hebt uit-geplast, en als na een eerste niersteen geen maat-regelen worden genomen om herhaling te voorkomen, is de kans ± 40% dat u in de komende tien jaar een nieuwe steen maakt. Deze kans kunt u verkleinen door de volgende adviezen op te volgen.
Algemene dieet adviezen
- Indien mogelijk, drinkt u ± 2,5 liter per dag, bij voorkeur tijdens de maaltijd en vlak voor het slapen. Direct na de maaltijd en ’s nachts is de urine het meest geconcentreerd en kunnen gemakkelijk grote kristallen/nierstenen ontstaan. Drink bij voorkeur water, vermijd grote hoeveelheden sterke thee, ijsthee en zoete dranken. Vruchtensap is wel aan te bevelen.
- Beperk dierlijke eiwitten. Dierlijk eiwit zit in vlees, vleeswaren en zuivelproducten. Een goed advies is om slechts driekeer per week vlees bij de maaltijd gebruiken. U heeft maar 100 gram eiwit per dag nodig.
- Beperk het zout dat u toevoegt aan het eten en zoute etenswaren (zoutjes, ingeblikt eten zoals soepen en kant en klaar maaltijden). Ook kaas bevat veel zout.
- Eet vezelrijk voedsel zoals groenten en fruit (gemiddeld 5 porties of vruchten per dag).
Dieetadviezen bij een calcium-oxalaat niersteen
Is bij u sprake van een “gewone” calcium-oxalaat niersteen, dan geldt bovendien dat u voedsel moet vermijden dat veel oxalaat bevat. Veel oxalaat zit in:
- cacao, chocolade en chocoladeproducten
- sojabonen en alles waar sojamelk in is verwerkt.
- sterke zwarte thee, ijsthee
- verse bladgroenten(spinazie, postelein, zuring, andijvie, rabarber)
- knolgroenten (bieten, raapstelen, knolselderij)
Wel toegestaan zijn bijv. koolsoorten, doppertjes, worteltjes, bloemkool, broccoli en boontjes.
Bij zeldzame steensoorten krijgt u een aanvullend dieetadvies van uw uroloog.
