Maagonderzoek (gastroscopie)

Met behulp van een endoscoop (een flexibele slang met een cameraatje) wordt het slijmvlies van de slokdarm, maag en twaalfvingerige darm bekeken.

Locatie

De endoscopieafdeling bevindt zich op de begane grond in het hoofdgebouw, route 43.

Voorbereiding

  • Het is noodzakelijk dat u voor dit onderzoek nuchter bent. Dit betekent dat u tenminste 6 uur voor het onderzoek niets meer mag eten of drinken. De mond mag wel gespoeld worden met water.
  • U mag voor het onderzoek geen lippenstift gebruiken.

Let op:
Wilt u contact opnemen met de scopieafdeling voordat u naar het ziekenhuis gaat, als u één of meerdere van onderstaande vragen met ja kunt beantwoorden?

U bent dan mogelijk in aanraking gekomen met bacteriën (MRSA of BRMO) die ongevoelig zijn voor veel soorten antibiotica. Elk ziekenhuis voert beleid om deze bacteriën zo spoedig mogelijk op te sporen en verspreiding te voorkomen.

  • Bent u de afgelopen twee maanden in een buitenlands ziekenhuis of zorginstelling behandeld of opgenomen geweest?
  • Komt u dagelijks in contact met levende varkens, mestkalveren en/of vleeskuikens?
  • Bent u de afgelopen twee maanden langer dan 24 uur opgenomen geweest in een Nederlandse zorginstelling waar een uitbraak was van MRSA of een andere resistente bacterie?
  • Bent u MRSA positief (geweest) of heeft u een andere bijzonder resistente bacterie?

Medicijnen

  • Gebruikt u bloedverdunners via de trombosedienst, dan moet u hiermee in de meeste gevallen een aantal dagen voor het onderzoek stoppen en wordt bij fenprocoumon ook vitamine K gegeven. Op de dag van het onderzoek wordt bij de trombosedienst bij u nog een INR bepaald. Daar wordt ook bepaald met welke dosering u weer start na het onderzoek. Als het goed is, is dit met u besproken. Zo niet, overleg dit met de arts die het onderzoek voor u heeft aangevraagd.
  • Gebruik van Ascal is meestal geen probleem.
  • Gebruikt u Plavix (clopidogrel) of Efient (prasugrel), dan moeten deze meestal worden gestopt. Wanneer dit niet met u besproken is, overlegt u dan met de arts die het onderzoek voor u aanvraagt.
  • Als u andere bloedverdunners gebruikt dan boven is beschreven, bespreek dit dan met de arts die het onderzoek voor u heeft aangevraagd.
  • Gebruikt u insuline of tabletten voor diabetes (suikerziekte), dan wordt met u besproken welke dosering u moet nemen. Is dit niet met u afgesproken, overleg dan met de arts die het onderzoek voor u heeft aangevraagd.
  • Bij gebruik van insuline moet u uw bloedsuiker meten voor vertrek naar het ziekenhuis.
  • Gebruikt u maagzuurremmende medicijnen (bijv. Omeprazol, Losec, Nexium, Pantozol) dan moeten deze vaak 2 weken voor het onderzoek gestopt worden; overleg dit met de arts die het onderzoek voor u aanvraagt.
  • Andere medicijnen die u gebruikt, mag u met een klein slokje water innemen. Let hierbij op dat u dit ruim 1 uur voor het onderzoek doet, en niet vlak voor het onderzoek.

AICD

Als u een AICD heeft, dan moet er soms bepaalde voorzorgsmaatregelen worden getroffen. Als het goed is, is dit met u besproken.

Meenemen

  • uw ponsplaatje (legitimatiebewijs als u een pons-plaatje moet laten maken).

Hoelang duurt het onderzoek?

Het onderzoek duurt vijf tot tien minuten.

Het onderzoek

U komt op uw linkerzij op de onderzoekstafel te liggen en u krijgt een bijtring in de mond om de slang te beschermen.
Losse onderdelen mogen tijdens het onderzoek niet in de mond blijven zitten, denk hierbij aan een kunstgebit, plaatje of tongpiercing.

De arts brengt de flexibele slang in via uw mond en vraagt u om te slikken zodat de slang goed in uw slokdarm gebracht kan worden. U krijgt even een benauwd gevoel dat na het inbrengen weer afneemt.

De luchtwegen blijven vrij zodat u rustig kunt ademhalen. Na het inbrengen van de slang kunt u beter niet meer slikken, omdat u hierdoor kunt gaan kokhalzen. Speeksel kunt u weg laten lopen via de wang; dit wordt afgezogen met een zuigertje.
Het onderzoek verloopt het beste als u zich zo goed mogelijk ontspant en zich concentreert op de ademhaling.

De slang wordt opgeschoven door de slokdarm naar de maag. Het licht in de kamer wordt ondertussen gedimd zodat het beeld op de monitor duidelijker is.
In de maag aangekomen wordt er lucht ingeblazen, zodat de maag zich kan ontplooien en het slijmvlies goed bekeken kan worden. Het kan zijn dat u een vol gevoel krijgt en lucht moet opboeren.
De slang wordt doorgeschoven tot in de twaalfvingerige darm, dit geeft een drukkend gevoel op de maag. Indien nodig worden er hapjes weefsel weggenomen (biopsie) voor verder onderzoek. Dit is niet gevaarlijk en niet pijnlijk; u kunt wel een trekkerig gevoel hebben.
Bij het onderzoek zijn twee verpleegkundigen aanwezig om u te begeleiden en de arts te assisteren.

Na het onderzoek

Als u zich goed voelt, kunt u na het onderzoek direct weer naar huis. U kunt desgewenst ook zelf autorijden.
De gel die gebruikt wordt bij het inbrengen van de slang werkt iets verdovend. U moet 10 minuten wachten met eten en drinken, omdat u zich anders kunt verslikken.

Keelverdoving

Het onderzoek duurt maar kort, daarom is het niet nodig extra maatregelen te nemen. U kunt eventueel om een keelverdoving vragen, dan moet u hierna nog een half uur wachten voordat u weer mag eten en drinken. U mag echter wel direct na het onderzoek weer naar huis.

Gevolgen en risico’s van het onderzoek

Na het onderzoek kan uw keel enkele dagen geïrri-teerd aanvoelen, dit gaat vanzelf over. U kunt eventueel gorgelen met lauw/warm zout water of keelpastilles nemen.

In zeer zeldzame gevallen treedt er bij het onderzoek een maagbloeding of maagperforatie (scheurtje) op. In dergelijke gevallen kan een operatieve ingreep noodzakelijk zijn.

Wanneer u binnen 24 uur ernstige pijnklachten, een nabloeding of koorts krijgt, dan kunt u op werkdagen tussen 08.00 en 16.30 uur contact opnemen met het secretariaat scopieplanning. Telefoon 06-42419374.

Buiten deze uren kunt u contact opnemen met de spoedeisende hulp. Telefoon 0528 286 222.

Bij klachten na 24 uur kunt u het beste contact opnemen met uw huisarts(enpost). Meldt u dan dat u een scopie gehad heeft.

De uitslag van het onderzoek

Na het onderzoek vertelt de arts u wat hij heeft gezien. Als er hapjes weefsel zijn genomen, wordt dit onderzocht in het laboratorium en krijgt u de uitslag later via de huisarts of op de poli bij de aanvragende specialist.

Tot slot

Bent u verhinderd of heeft u nog vragen, dan kunt u bellen met het secretariaat SEH / Scopieplanning 06-42419374