Longoperatie

Uw arts heeft u verteld dat u in aanmerking komt voor een longoperatie, vanwege een tumor in uw long. Deze folder informeert u over de gang van zaken rondom deze operatie. Het kan zijn dat de situatie voor u persoonlijk iets anders is dan beschreven.

Mogelijk heeft u na het lezen van de folder nog vragen. U kunt deze vragen bespreken met uw longarts, chirurg of oncolo­gie­verpleegkundige.
Wanneer u in behandeling bent in het Wilhelmina­ziekenhuis in Assen, kunt u tijdens uw opname in Hoogeveen op verzoek kennismaken met de oncolo­gie­verpleegkundige. Zij biedt informatie en begeleiding rondom de operatie.

Ligging en functie van de longen

De rechter- en linkerlong bevinden zich in de borstkas, aan weerszijden van het hart. Het gebied tussen de beide longen wordt het mediastinum genoemd. Hierin liggen behalve het hart, de luchtpijp, de slokdarm, bloedvaten (onder andere de grote lichaamsslagader), zenuwen, lymfeklieren en lymfevaten.
De rechterlong bestaat uit drie longkwabben; de linker uit twee kwabben.
De long is omgeven door de longvliezen. Tussen deze vliezen bevindt zich vocht (pleuravocht).
De lucht die we via de neus of de mond inademen, bereikt via de keelholte de luchtpijp (trachea).
De luchtpijp splitst zich in twee grote vertakkingen.
Elke vertakking (bronchus), gaat naar een long en splitst zich in steeds kleinere luchtkanalen. Deze monden uit in de longblaasjes.

De functie van de longen is het ademproces. Uit de ingeademde lucht wordt zuurstof in het lichaam opge­nomen. Met de uitgeademde lucht verdwijnt kool­zuur­gas uit het lichaam.

Voorbeelden van longoperaties

Wigresectie
Bij deze ingreep wordt slechts een klein stukje van de long verwijderd. Het verlies aan longcapaciteit is mini­maal.

Lobectomie
Er wordt 1 kwab van de long weggenomen.

Bilobectomie
Er worden 2 kwabben verwijderd.

Pneumonectomie
Hier wordt een gehele long verwijderd.
Door middel van longfunctieonderzoek wordt vooraf bekeken hoeveel longweefsel u kunt missen.

Door het wegnemen van de long of een gedeelte ervan, ontstaat ruimte. Is een long in zijn geheel verwijderd, dan vult de ontstane ruimte zich met weefsel­vocht, dat wordt omgevormd tot een soort lit­teken­weefsel. Is een deel van de long verwijderd, dan vult de ruimte zich met het overgebleven deel van de long. 

Belangrijk om te weten vóór de operatie

Meestal staat het operatieplan van te voren vast. Uw arts (chirurg of longarts) heeft dit met u besproken. Soms blijkt echter tijdens de operatie pas dat:

  • meer longweefsel moet worden verwijderd dan aanvankelijk gedacht
  • verwijdering van longweefsel niet goed mogelijk is
  • operatieve behandeling van het longweefsel geen goede behandeling van uw aandoening lijkt.

Na de operatie zal uw arts dit dan met u bespreken.

Opname

U wordt een dag vóór de operatie opgenomen. Mocht er nog aanvullend onderzoek nodig zijn, of andere voor­bereidende maatregelen, dan wordt u iets eerder opgenomen. De dag voor de operatie wordt het opera­tie­gebied geschoren en moet u zich douchen.
U mag vanaf 0.00 uur niets meer eten en drinken.
Na de operatie blijft u ongeveer 10 tot 14 dagen in het ziekenhuis.

Mogelijke complicaties

Geen enkele operatie is zonder risico’s. Zo is ook bij een longoperatie de kans op complicaties, zoals na­bloeding, wondinfectie, trombose of longontsteking aan­wezig.
Daarnaast is er nog een aantal specifieke complicaties mogelijk:

  • Omdat er bij longoperaties zeer grote slagaders en aders betrokken zijn, bestaat er een kans op een ernstige bloeding. Gelukkig komt dit zelden voor.
  • Na de operatie kunnen er zich tijdelijke verande­ringen van het hartritme voordoen. Dit is met medicijnen te verhelpen.
  • Na een longoperatie bestaat de eerste dagen bijna altijd enige luchtlekkage, wat via de drains kan worden afgevoerd. Een enkele keer kan deze luchtlekkage meer dan een week aanhouden. Geen ernstige, maar wel een vervelende compli­catie.
  • Wanneer luchtlekkage langer dan een week aanhoudt, dan kan dat een uiting zijn van de aan­wezigheid van een lek in de luchtwegen, een bronchus­fistel. Dit lek moet dan gedicht worden, hetzij met behulp van een bronchoscoop (flexibe­le kijkslang) of met een nieuwe operatie.
  • Als gevolg van zenuwbeschadiging, kan soms blijvende heesheid op­treden.
  • Na de operatie kan een deel van de luchtweg door een slijmprop verstopt raken. Fysiotherapie is dan nodig, maar daarnaast moet soms ook de slijm­prop met een flexibele kijkslang (broncho­scoop) worden verwijderd.

De operatie

Er wordt geopereerd onder volledige narcose. De operatie duurt ongeveer twee à drie uur. Om de long te kunnen bereiken, wordt een weg gekozen door de borstwand, tussen de ribben door. Er wordt een snede gemaakt van ongeveer onder de tepel tot aan het schouderblad op de rug. De wond wordt meestal gesloten met ‘nietjes’.

Na de operatie

Na de operatie verblijft u 1 à 2 dagen op de afdeling Intensive Care of Medium Care, afhankelijk van de soort operatie en uw conditie. Hier wordt u extra goed geobserveerd. Daarna kunt u weer naar de verpleeg­afdeling.

De eerste dagen na de operatie heeft u:

  • een drain, die ervoor zorgt dat bloed, wondvocht en lucht worden afgevoerd
  • een infuus in de arm, om vocht en medicijnen toe te dienen
  • een kapje of slangetje in de neus waardoor zuurstof wordt toegediend om het ademen te vergemakke­lijken
  • een urinecatheter.
  • mogelijk: een dun slangetje in het ruggenmerg­kanaal voor het toedienen van pijn­medicatie

De eerste dagen na de operatie krijgt u medicijnen om de pijn te verminderen. Met name het wondgebied in de flank en de aanwezigheid van de drain geven pijn. Het kan moeilijk zijn een goede houding in bed te vinden.
Pijnbestrijding kan plaatsvinden via een slangetje in de rug of via een zogenaamde PCA-pomp, die verbonden is met een infuus in uw arm. Via dit pompje kunt u zelf pijnmedicatie toedienen. De anesthesist heeft u voor de operatie uitleg gegeven over de pijnbestrijding.
De verpleegkundige zal u regelmatig vragen of u pijn heeft en of u een cijfer kunt geven voor de pijn. Met deze gegevens kan de pijnbestrijding zonodig worden bijgesteld.

Als u goed wakker bent na de operatie begint u met drinken.
De dag na de operatie mag u gewoon eten. De diëtiste zal u informatie geven over goede voeding, gericht op uw herstel. Indien nodig zult u al voor de opname een eerste afspraak bij de diëtiste hebben.

Het is belangrijk om na de operatie goed door te ademen en slijm dat zich in de longen bevindt op te hoesten. Door de operatie kan het ophoesten pijnlijk zijn. De fysiotherapeut komt daarom bij u langs om u te helpen met ademhalen en het ophoesten van slijm. De fysiotherapeut kan u ook tips geven om het ademhalen en ophoesten gemakkelijker te maken.
U zult merken dat u nog vrij snel vermoeid bent. Activiteiten als wassen, aankleden en in en uit bed gaan, kosten in het begin veel energie. Natuurlijk krijgt u bij deze inspanningen ondersteuning en begeleiding van de verpleegkundigen en van de fysio­therapeut.

Er worden regelmatig röntgenfoto's van de longen gemaakt om te kijken of het longweefsel zich vol­doende ontplooit om de drain(s) te kunnen verwijde­ren. Meestal kan dit na een paar dagen. Ook daarna worden nog foto's gemaakt om te kijken of de longen ontplooid blijven.
Uw arts komt regelmatig langs om te kijken hoe het met u gaat.

U kunt emotioneel gemakkelijk uit uw evenwicht raken na de operatie. Dat is niet iets om u zorgen over te maken. Het is normaal na een dergelijke ingreep.

Weefselonderzoek

Het weggenomen longweefsel wordt opgestuurd voor onderzoek. De uitslag van het onderzoek hoort u tijdens uw verblijf in het ziekenhuis van de arts. Hij zal met u bespreken of er een nabehandeling moet volgen.
Het is de gewoonte dat voor dit gesprek een afspraak wordt gemaakt, zodat ook uw naaste(n) en een verpleeg­kundige hierbij aanwezig kunnen zijn.

Ontslag

Als u zover hersteld bent dat u weer aardig op de been bent en zichzelf weer kan verzorgen, kunt u met ontslag. Uw arts en verpleegkundige bespreken dit met u. Indien nodig, kan thuiszorg voor u worden geregeld.
Voordat u naar huis gaat, worden de hechtingen verwijderd.

Controlebezoek polikliniek

Uw huisarts ontvangt bericht over uw operatie en het verloop van de opname. Bij uw ontslag krijgt u een afspraak mee voor een bezoek aan de longarts en de chirurg. U kunt dan uw vragen stellen en met hem overleggen wanneer en in welk tempo u uw werk weer kunt hervatten. Houd er rekening mee dat dit enige maanden kan duren.

Medicijnen

Tot de eerste poliklinische controle moet u de voorgeschreven pijnstillers gebruiken. Het is belangrijk om deze thuis door te gebruiken, omdat het wond­gebied nog erg pijnlijk kan zijn.
Het kan zijn dat u ook nog medicijnen nodig heeft om goed te kunnen ophoesten en voldoende lucht te krijgen.
Mocht u de anticonceptiepil gebruiken, dan kunt u daar gewoon mee doorgaan.
Bij uw ontslag wordt u verteld welke medicijnen u (voorlopig) moet blijven gebruiken. U krijgt hiervoor een recept mee.

Weer thuis

Eenmaal thuis, bent u in het begin nog niet erg fit. U bent waarschijnlijk snel moe en kortademig. Dit is een normaal verschijnsel. Neem daarom voldoende rust. Het is niet nodig om een bed in de huiskamer te zetten. U wordt aangeraden de eerste weken 's middags een poosje te rusten.
U zult in het begin snel kortademig zijn bij weinig inspanning. Dit komt omdat het resterende long­gedeelte zich moet aanpassen aan de nieuwe situatie. U zult merken dat deze kortademigheid geleidelijk aan afneemt bij het rustig uitbreiden van activiteiten.
Het is de bedoeling dat u zo snel mogelijk weer in uw oude ritme komt. U begint met activiteiten die u gemakkelijk aankunt en kijkt hoelang u ze vol kunt houden. De zwaarte en de duur van de activiteiten kunt u geleidelijk aan opvoeren. U mag hier best moe van worden. U moet steeds uitproberen tot hoever u kunt gaan, zonder overmatig moe te worden of kortademig. Luister naar uw lichaam.
Dit geldt niet alleen voor lichamelijke activiteiten in huis of tuin, maar ook voor geestelijke en sociale activi­teiten, zoals bezoek ontvangen. U kunt dit het best plannen: niet teveel bezoek en niet te lang.

Als u naar huis gaat, is de operatiewond dicht. Mocht er toch vocht uitkomen, leg er dan een droog gaasje op. Vermijd gebruik van poeder of zalf.
Bij hoesten, niezen of diep inademen komt er spanning op de wond, dit kan zeer pijnlijk zijn. U hoeft echter niet bang te zijn dat de wond openspringt. Van de fysio­therapeut heeft u geleerd hoe u tegendruk op de wond kunt geven om de pijn te verminderen. U kunt gerust op uw zij gaan liggen, zonder dat dit slecht is voor de wond.
Het litteken kan nog een jaar na de operatie verande­ren: het kan anders gaan voelen en er anders uit gaan zien. Soms is de pijn of een veranderd (doof) gevoel blijvend.

Het is verstandig om de eerste twee maanden niet:

  • zwaar tillen, zoals bijvoorbeeld koffers, tassen of kinderen dragen
  • boven uw macht tillen
  • intensief sporten.
  • Wees vooralsnog voorzichtig met seks.

Het is beter de eerste drie maanden niet te vliegen in verband met de operatiewond.

neem contact op met uw huisarts

  • bij een temperatuur van 38˚ of hoger
  • als u meer pijn krijgt aan de operatiewond. Als dit een andere pijn is dan in het ziekenhuis, of als u vindt dat de wond er minder mooi uitziet.

Voor veel mensen is autorijden erg belangrijk. Uw reactie­vermogen kan door de narcose enige tijd ver­min­derd zijn. Daarom is het niet verstandig om te snel na uw ontslag weer te gaan autorijden. In de auto moet u immers alert reageren en bewegen.

Verder herstel

Wat u wel en niet kan na de operatie is uiteraard af­hankelijk van de kwaliteit van uw longen vóór de ope­ra­tie en van de hoeveelheid longweefsel, die is ver­wij­derd. Het missen van longweefsel hoeft niet altijd bezwaren op te leveren. Wel kan het betekenen dat minder lichamelijke inspanning mogelijk is dan voor­heen. 
Factoren die het herstel kunnen bevorderen zijn:

  • niet roken
  • gezonde voeding gebruiken
  • voldoende bewegen

Valt u het zwaar om na de operatie weer een goede lichamelijke en geestelijke balans te vinden, dan kunt u meedoen aan een revalidatieprogramma voor kanker­patiënten. Over deze revalidatie is een aparte folder beschikbaar.