Gehooronderzoek (audiometrie)

Als u klachten heeft over uw gehoor dan kan de KNO-arts bij u een gehooronderzoek doen.

Gehooronderzoek

Tijdens het gehooronderzoek kijkt de KNO-arts eerst uitgebreid in uw oren. Eventueel wordt met een stemvork een eerste gehooronderzoek gedaan. Daarna voert de akoepedist (medewerker gespecialiseerd in het verrichten van gehooronderzoek) uitgebreider gehooronderzoek uit.

Bij iedere vorm van gehooronderzoek hoort u geluiden op verschillende sterktes en toonhoogten, waarbij de akoepedist noteert welke geluiden u wel en welke u niet hoort. Dit geeft niet alleen een beeld van de ernst van het gehoorverlies, maar ook van het soort gehoorverlies. We onderscheiden twee soorten gehoorverlies, namelijk geleidingsgehoorverlies (conductief gehoorverlies) en zenuwgehoorverlies (perceptief gehoorverlies).

Geleidingsgehoorverlies kan worden veroorzaakt door een aandoening van:

  • de gehoorgang, bijvoorbeeld te veel oorsmeer;
  • het trommelvlies, bijvoorbeeld een gaatje;
  • het middenoor, bijvoorbeeld door ophoping van slijm of pus bij een middenoorontsteking;
  • de gehoorbeenketen, bijvoorbeeld een onderbreking, otosclerose.

Zenuwgehoorverlies kan worden veroorzaakt door een aandoening van:

  • het slakkenhuis, bijvoorbeeld bij ouderdom, doorbloedingsstoornis, infectie;
  • de gehoorzenuw, bijvoorbeeld na hersenvliesontsteking, brughoektumor;
  • de hersenen.

De oorzaken van gehoorverlies kunnen in verschillende combinaties voorkomen, daarom zijn vaak meerdere gehoortesten nodig.

Toonaudiometrie

De KNO-arts kan ervoor kiezen om bij u een toonaudiogram af te nemen. Tijdens een toonaudiogram biedt de akoepedist met een audiometer en een koptelefoon korte tonen aan. Aan u wordt gevraagd aan te geven of deze worden gehoord.

De akoepedist gaat na hoe zacht het geluid gemaakt kan worden om net gehoord te worden. Vaak wordt deze test herhaald met een trilblokje achter het oor. Beide oren worden afzonderlijk getest. Zo wordt een drempel bepaald van de geluiden van verschillende toonhoogten die nog net worden waargenomen.De meetresultaten worden in een grafiek weergegeven. Deze grafiek heet een drempelaudiogram, toonaudiogram of kortweg: audiogram.

Spraakaudiometrie

Bij gehoorverlies neemt ook het vermogen af om gesproken woorden te verstaan. We spreken van een afname van het 'spraakverstaan'. Om er achter te komen hoe groot het verlies aan spraakverstaan nu feitelijk is, krijgt u via de koptelefoon een reeks losse woorden te horen waarbij gevraagd wordt om zo goed mogelijk na te zeggen wat verstaan is. Deze woorden worden steeds zachter gemaakt, net zo lang totdat u er nauwelijks meer iets van verstaat. In een grafiek (spraakaudiogram) worden deze resultaten weergegeven: per geluidssterkte wordt het percentage goed nagezegde woordjes aangeduid. Het spraakaudiogram maakt duidelijk of u baat kan hebben bij het gebruik van een hoortoestel.

Tympanometrie

Het middenoor (tympanum) is bedoeld om geluid van het trommelvlies over te brengen (te geleiden) naar het eigenlijke gehoorzintuig: het slakkenhuis (binnenoor). Als die geleiding niet goed gaat, wil de KNO-arts weten waardoor dat komt. Een belangrijke oorzaak van een geleidingsgehoorverlies is onderdruk of vocht in het middenoor door een onvoldoende functionerende buis van Eustachius. Tympanometrie geeft een indruk van de werking van het middenoor. Bij deze meting wordt een dopje met slangetjes in de gehoorgang geplaatst, waarmee de gehoorgang luchtdicht wordt afgesloten. Tijdens het onderzoek hoort u een zachte bromtoon. Een goed functionerend trommelvlies bij een luchthoudend middenoor beweegt bij het aanbrengen van luchtdrukveranderingen. Deze beweeglijkheid wordt vastgelegd in een curve en zichtbaar gemaakt op een beeldscherm of op een uitgeprinte grafiek.

BERA of BER-onderzoek

BER staat voor Brainstem Evoked Response (Audiometry). Geluid aangeboden aan het oor wordt in het binnenoor omgezet in kleine elektrische signalen, die via de gehoorzenuw worden doorgegeven aan de hersenen, waarna gewaarwording van het geluid plaatsvindt. Deze elektrische signaaltjes kunnen in een deel van de hersenen, de hersenstam, worden gemeten. Bij het BER-onderzoek wordt van dit principe gebruikgemaakt. Met een koptelefoon worden klikkende geluiden van verschillende sterktes aangeboden. De opgewekte elektrische signaaltjes worden via elektrodes opgevangen: één achter elk oor, één midden op het hoofd of op het voorhoofd op de haargrens en eventueel één op een willekeurige andere plaats op het hoofd. De mate waarin de signaaltjes worden opgewekt en de tijd dat het duurt voor het de hersenstam bereikt, zegt iets over het functioneren van het slakkenhuis en de gehoorzenuw.

De Plomptest

Met deze test kan worden onderzocht hoe spraak verstaan wordt in de gelijktijdige aanwezigheid van stoorgeluid. Deze test is in de jaren ‘80 ontwikkeld door prof. Plomp van TNO, waaraan de test zijn naam ontleent. U krijgt via een koptelefoon of via de luidsprekerbox zinnen te horen terwijl gelijktijdig ruis klinkt. Er wordt onderzocht hoe luid de spraak moet zijn ten opzichte van de ruis zodat u de zinnen goed verstaat. Deze test wordt vooral gebruikt bij mensen die klachten hebben over spraakverstaan in rumoer, terwijl hun toonaudiogram nauwelijks afwijkend is. Op deze manier kan de klacht beter worden geobjectiveerd.

Deze tekst is ontleend aan de folder 'Gehooronderzoek' van de Nederlandse Vereniging voor Keel-Neus-Oorheelkunde en Heelkunde van het Hoofd-Halsgebied.

Zie ook