U heeft met uw arts besproken dat u binnenkort geopereerd moet worden omdat u borstkanker heeft. Er zijn twee operatiemogelijkheden:
- borstsparende operatie (mammasparende therapie): hierbij wordt de kwaadaardige tumor en een ruim gedeelte gezond weefsel verwijderd;
- het verwijderen van de hele borst (ablatio).
De chirurg vertelt u voor welke operatie u in aanmerking komt. Als voor u beide operaties mogelijk zijn, dan kunt u zelf een keuze maken. Het is belangrijk om hiervoor de tijd te nemen. De oncologieverpleegkundige kan u hierbij ondersteunen en adviseren. Voor het verloop van uw ziekte maakt het niet uit voor welke operatie u kiest.
Topzorg
Voor de behandeling van borstkanker heeft Ziekenhuis Bethesda een TopZorg-predicaat ontvangen van zorgverzekeraar Menzis.
Opname
Meestal wordt u op de dag van de operatie opgenomen. Voor de opname krijgt u een afspraak voor een intakegesprek met de anesthesioloog. Als er geen complicaties zijn, blijft u twee tot drie nachten in het ziekenhuis.
Adviezen:
- Neem een goed passende beha (bij voorkeur zonder beugel) mee. Deze kunt u kort na de operatie dragen en geeft steun aan uw borst.
- Als u de pil gebruikt, moet u hiermee stoppen. Als u een hormoonspiraal heeft, bespreekt u dit dan al voor de operatie met de chirurg of oncologieverpleegkundige. Meestal kan een hormoonspiraal blijven zitten.
Voorbereidende onderzoeken
Schildwachtklierprocedure
Bij een operatie bij borstkanker wordt altijd onderzocht of er eventuele uitzaaiingen in de okselklieren zijn. Dit onderzoek wordt gedaan met de zogenoemde schildwachtklierprocedure.
Onderzoek heeft aangetoond dat uitzaaiende tumorcellen vanuit de borst eerst in één bepaalde lymfeklier (de schildwachtklier) terechtkomen. Vanuit deze klier kunnen tumorcellen uitgroeien en zich verder verspreiden.
Wanneer geen schildwachtklierprocedure?
Als voor de operatie door middel van een punctie uitzaaiingen in de oksel zijn gevonden, worden alle okselklieren verwijderd.
Opsporen van de schildwachtklier
De schildwachtklier bevindt zich meestal in de oksel, een enkele keer naast het borstbeen of in de borst. Soms is er meer dan één schildwachtklier aanwezig. Om te kunnen bepalen waar de schildwachtklier precies zit, moet deze voor de operatie worden opgespoord. Dit onderzoek gebeurt op de dag voor de operatie of op de ochtend van de operatie. U krijgt hiervoor een afspraak op de afdeling Nucleaire geneeskunde.
Met een injectie in de borst wordt een kleine hoeveelheid radioactieve vloeistof rond de tumor ingespoten. Deze vloeistof verplaatst zich via het lymfevocht naar de schildwachtklier. De straling is uiterst gering en niet schadelijk voor uw gezondheid of uw omgeving. Na het toedienen van de injectie kunt u weer terug naar de verpleegafdeling (of naar huis als dit een dag voor de operatie plaatsvindt). Enkele uren na de injectie wordt een scan gemaakt om de schildwachtklier op te sporen. Deze plaats wordt met een viltstift op uw huid gemarkeerd en moet tot de operatie zichtbaar blijven. Er bestaat een heel kleine kans dat het niet lukt om de schildwachtklier op te sporen. Als dit bij u het geval is, worden alle okselklieren bij de operatie verwijderd.
Weghalen van de schildwachtklier
Aan het begin van de operatie spuit de chirurg een kleine hoeveelheid blauwe kleurstof rondom de tumor in de borst. Deze kleurstof vloeit naar de schildwachtklier en is hierdoor gemakkelijk te herkennen. Hierna kan de schildwachtklier worden verwijderd. Vervolgens vindt de eigenlijke borstoperatie plaats. Door de blauwe kleurstof kunnen de huid en de urine korte tijd na de operatie blauw van kleur zijn. Dit is onschuldig en verdwijnt binnen enkele uren.
De operatie
Meestal duurt de operatie een tot twee uur. Na het verwijderen van de schildwachtklier wordt de borst verwijderd. Soms is het noodzakelijk dat meteen alle okselklieren worden verwijderd. De borst en de schildwachtklier worden voor onder-zoek opgestuurd naar het pathologisch laboratorium. Het duurt ongeveer zeven dagen tot de uitslag bekend is. Na de operatie gaat u eerst naar de uitslaapkamer, en daarna naar de verpleegafdeling. De chirurg belt met uw contactpersoon om (kort) te vertellen hoe de operatie is verlopen. Na de operatie kunt u wondpijn hebben. Ook kunt u als gevolg van de narcose misselijk zijn. Zo nodig krijgt u pijnstillers en/of medicatie tegen de misselijkheid.
De wond
De wond wordt afgedekt met een pleister. De wond wordt de ochtend na de operatie geïnspecteerd en de pleister verwisseld. Als u zelf nog niet naar de wond wilt kijken, kunt u dit aangeven aan de verpleegkundige. Het is ook mogelijk om dit de eerste keer samen met een naaste op een later moment te doen. Bespreek dit met de verpleegkundige. Hierna meet de verpleegkundige bij u een tijdelijke borstprothese of een behahemdje aan.
Seroomvorming
In het wondgebied kan zich na de operatie overtollig wondvocht ophopen. Dit is onschuldig en noemen we seroomvorming. Er is dan meestal een duidelijke zwelling zichtbaar, en dit kan een gespannen gevoel geven. Meestal verdwijnt dit vanzelf. Soms moet seroom via een prik worden weggezogen. Dit is meestal niet pijnlijk omdat de zenuwen (nog) niet optimaal werken na de operatie.
Fysiotherapie
Na de operatie is het belangrijk dat uw schouder en arm goed beweeglijk blijven. In het ziekenhuis oefent u samen met de fysiotherapeut om de schouder- en armfunctie zo snel mogelijk te herstellen. Zo nodig kunt u na ontslag uit het ziekenhuis terugkomen bij de fysiotherapeut.
Adviezen
- Zolang de drains nog aanwezig zijn, mag de arm niet verder dan 90° geheven worden. Daarna mag u de beweging opvoeren naar maximaal.
- U hoeft niet bang te zijn dat door de oefeningen de wond open gaat of de hechtingen loslaten, zolang u binnen de pijngrens blijft.
- U kunt de oefeningen liggend, zittend of staand doen.
- Voer de oefeningen elke dag drie tot vier keer uit, totdat u uw arm weer kunt bewegen als voor de operatie.
- Begin met elke oefening 5 keer te doen en voer dit langzaam op naar 10 keer.
- Adem tijdens de oefeningen goed door, let erop dat u de adem niet vasthoudt.
- Houd uw rug recht tijdens de oefeningen, strek uzelf uit.
- Let op dat u tijdens de oefeningen niet met de armen gaat veren.
Oefeningen voor de schouder
1. Armen voorwaarts omhoog
2. Armen zijwaarts omhoog
3. Ellebogen in de zij, onderarmen naar buiten
4. Ellebogen recht naar achteren bewegen
5. Handen op de rug, richting de schouderbladen
6. Rondjes draaien met de schouders, naar voren en naar achteren
7. Handen tegen de oren, ellebogen naar achteren (pas als de drain uit is)
8. Voor thuis; Ga een halve meter van de muur staan en loop met de vingers over de muur omhoog
Wondcontrole en uitslag van het weefselonderzoek
Als u met ontslag gaat, krijgt u een afspraak mee voor de chirurg voor de wondcontrole en de weefseluitslag. Deze afspraak is ongeveer zeven tot tien dagen na de operatie. Wij raden u aan om dan een naaste mee te nemen.
Afhankelijk van de uitslag van het weefselonderzoek, hoort u of u naast de standaard bestralingsbehandeling ook nog een andere nabehandeling nodig heeft. Soms is de uitslag van het weefselonderzoek nog niet compleet of moet het beleid nog worden besproken in het multidisciplinair team. Zodra de ontbrekende informatie bekend is, wordt u hierover geïnformeerd door de chirurg of de oncologieverpleegkundige.
Nabehandeling
Soms kan het zijn dat er een nabehandeling nodig is. Dit kan bijvoorbeeld chemotherapie, hormonale Therapie, immunotherapie, bestraling of een combinatie hiervan zijn. Wat in uw geval medisch gezien de beste behandeling is, wordt mede beoordeeld door een team van consulenten (adviseurs) van het Integraal Kankercentrum Nederland (IKNL).
Als u voor een nabehandeling in aanmerking komt, wordt u door de chirurg doorverwezen naar de specialist die deze behandeling voorschrijft. U krijgt van de oncologieverpleegkundige aanvullende en praktische informatie over de nabehandeling.
Verdere begeleiding
Als u weer thuis bent, belt de oncologieverpleegkundige u om te informeren hoe het met u gaat. Haar begeleiding hangt af van de nabehandeling en uw eigen behoefte. De oncologieverpleegkundige blijft beschikbaar voor vragen en advies.
Hulp en informatie
Voor meer informatie en advies kunt u ook terecht bij:
-
Hulp en Informatielijn van de Nederlandse Kankerbestrijding (KWF)
Telefoon (0800) 022 66 22
Telefonisch spreekuur maandag t/m vrijdag van 9.00 tot 18.00 uur.
www.kwfkankerbestrijding.nl -
Borstkanker Vereniging Nederland (BVN)
Telefoon (030) 291 72 22
www.borstkanker.nl -
Stichting Amazones
www.de-amazones.nl -
Borstkanker bij jonge vrouwen
www.jongborstkanker.nl
